Dani­il I love you

Er was eens een man die naast zijn vrouw aan tafel zat. Ze zei­den bei­den niets, zowel de man zei niets als de vrouw, en samen zei­den ze nog min­der. Plot­se­ling sloeg de man met zijn vuist zijn vrouw zo hard in het gelaat dat het bloed haar uit de tan­den spoot. Hij sloeg haar nog­maals en ging toen naar het for­nuis om acht kote­let­ten te bak­ken die hij alle­maal opat.

Maar nog veel inte­res­san­ter is dit. Ter­wijl de man stond te bak­ken, sloop zijn vrouw stil naar hem toe en sloeg hem met een koe­ke­pan drie maal hard op zijn kanis. Ze her­haal­de deze han­de­ling enke­le malen en toen ging de bel. Ze ging open­doen en het was haar goe­de vrien­din Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj.

Maar dat doet alle­maal niets ter zake. Veel belang­rij­ker is dit. Ter­wijl de vrouw de deur ging open­doen, at de man zijn acht kote­let­ten op. Toen hij daar mee klaar was, wan­del­de hij langs de zij­kant naar de voor­tuin van het huis, alwaar zijn vrouw met haar goe­de vrien­din Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj stond te klet­sen. Hij nam de tuin­ka­bou­ter die naar goe­de gewoon­te nog steeds in het mid­den van de voor­tuin stond te pron­ken, en sloeg hem aan dig­ge­len op het hoofd en de schou­ders van Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj. Toen hij daar mee klaar was, deed hij het­zelf­de bij zijn vrouw en daar­na deed hij het nog twee­maal. Toen wan­del­de hij door de open­staan­de voor­deur weer naar bin­nen, liet die laat­ste open­staan en ging in de woon­ka­mer wat naar tele­vi­sie lig­gen kij­ken. Het was een debat­pro­gram­ma over het Wij­ne­gem Shop­ping Cen­ter. Het inte­res­seer­de hem geens­zins, maar een mens kan tegen­woor­dig toch niet voort­du­rend blij­ven jak­ke­ren over programma’s die hij niet nodig heeft of die hem niet inte­res­se­ren.

Maar dat is alle­maal vol­strekt onin­te­res­sant. Wat veel meer het ver­tel­len waard is, is het vol­gen­de. Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj en haar goe­de vrien­din Car­la Bocht­kramp ston­den op een dag in de voor­tuin van die laat­ste te keu­ve­len te mid­den van vele scher­ven tuin­ka­bou­ter, toen Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj plot­se­ling een idee kreeg. Laten we het huis van je man in brand ste­ken, stel­de ze aan Car­la voor. Samen gin­gen ze naar de keu­ken, draai­den het gas­for­nuis open, gin­gen weer naar bui­ten maar niet voor­dat ze alle ramen en bui­ten­deu­ren op slot had­den gedaan, wan­del­den naar de gro­te markt en bel­den van­uit een tele­foon­cel naar Carla’s echt­ge­noot met het vrien­de­lij­ke ver­zoek of hij een siga­ret wil­de opste­ken. Enke­le secon­den later werd er in het dorp een vre­se­lijk lui­de knal gehoord en getui­gen beweer­den nog tot ver in de toe­komst dat ze die dag Karel Bocht­kramp door het lucht­ruim zagen klie­ven.

Maar dat is alle­maal niet zo bijs­ter indruk­wek­kend, in tegen­stel­ling tot het vol­gen­de. Car­la Bocht­kramp en haar goe­de vrien­din Niko­la­je­vna­ja­na­ja­na­dra Mika­ilo­vri­ni­vi­ni­zi­ni­vri­ni­vitsj wan­del­den weg rich­ting hori­zon, ter­wijl de zon lang­zaam onder­ging. Toen ze de hori­zon bij­na bereikt had­den, viel Karel Bocht­kramp op hun hoofd en ze stier­ven nog lang en geluk­kig.

Met dank aan Dani­il Charms

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *