Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
«Ik stond gisteren nog brownies te bakken en toen kwam Raymond in de keuken staan kijken hoe ik dat allemaal deed en daar word ik dan helemaal tureluurs van.»
En wat ik ook niet fijn vind. Zijn mensen die met deuren slaan. Sommige mensen kunnen een deur niet zachtjes achter zich dichttrekken. Ik vind dat niet alleen onbeleefd onbeschoft lawaaierig maar ook stompzinnig. Een deur zachtjes dichttrekken is namelijk heel gemakkelijk. Om niet te zeggen poepsimpel. Nu heb ik het toch gezegd. Poepsimpel. Wat ik ook niet fijn vind zijn uitdrukkingen die niet kloppen. Uitdrukkingen die ge uit drukt om dan te constateren dat ze niet kloppen. Ik zeg bijvoorbeeld: om niet te zeggen poepsimpel. Om niet te zeggen poepsimpel. Dat slaat toch nergens op. Als ge iets zegt dan zegt ge het. Punt. Dan moet ge niet afkomen met ik ga dat niet zeggen want het is te laat. Ik kan geen pap meer zeggen. Nog zoiets. Ik kan geen pap meer zeggen. Wel zeg het dan niet verdomme.