Kubus

Ik heb zit­ten den­ken rond een kwes­tie die vele staats­hoof­den, rege­rings­lei­ders maar ook filo­so­fen en weten­schap­pers door­heen de eeu­wen niet heeft los­ge­la­ten, met name de pro­ble­ma­tiek der wereld­vre­de en hoe die con­creet te berei­ken. Dui­zen­den, mil­joe­nen men­sen zijn reeds opge­of­ferd, hon­der­den kop­pen heb­ben zich gebro­ken en nog veel meer oor­lo­gen en veld­sla­gen heb­ben zich vol­trok­ken ter­wijl men op het ach­ter­plan de her­se­nen kon horen kra­ken van hen die oplos­sin­gen moesten beden­ken. En nog nooit is er iemand in geslaagd er een eind aan te maken, nog steeds gaat het offe­ren, het kra­ken en het veld­sla­gen door, en nog steeds kan men niet spre­ken van alge­he­le wereld­vre­de. Je begint op den duur te twij­fe­len of het nog wel haal­baar is en of we met zijn allen geen opblaas­ba­re wit­te duif ach­ter­na­hol­len, op weg naar een gigan­tisch lucht­kas­teel. Ook ik heb her­haal­de­lijk getwij­feld tij­dens mijn nach­te­lij­ke over­pein­zin­gen, maar uit­ein­de­lijk heeft de waar­heid in deze de illu­sie met ras­se schre­den inge­haald, en is de oplos­sing in zicht. Jaze­ker bes­te vrien­den, de sleu­tel tot alge­he­le wapen­stil­stand en wereld­vre­de is gesme­den en meer­be­paald in de smid­se van mijn geni­a­le gedach­ten­keu­ken. Het is zoals gewoon­lijk met geni­a­le idee­ën zo sim­pel als het groot is, en als ik het zelf niet zou bedacht heb­ben, zou ik het amper gelo­ven. Maar het kan. Het bestaat en het is moge­lijk. Het tover­woord in deze mate­rie is Kubus. Dat helpt u waar­schijn­lijk geen duim­breed op gang, maar sta me toe een en ander te ver­dui­de­lij­ken. Zoals u weet is de aar­de een bol­vor­mi­ge pla­neet. Bij mijn weten zijn er in het uni­ver­sum enkel bol­vor­mi­ge pla­ne­ten, dus echt uniek kun je die van ons niet noe­men. Pyt­hago­ras en later Coper­ni­cus ris­keer­den lang gele­den al het intrek­ken van hun rij­be­wijs door te bewe­ren dat je niet in een onein­di­ge afgrond zou stor­ten als je tot aan de hori­zon zou rij­den, maar dat je inte­gen­deel gewoon – als je genoeg getankt had ten­min­ste – terug bij start zou komen waar je dan een beurt kon over­slaan. Maar onder­tus­sen is het onweer­leg­baar gemeen­goed gewor­den dat het gro­te gan­zen­bord van het leven zich op een bil­jart­bal afspeelt en niet op de bij­ho­ren­de tafel. Er is geen hond zo dom om daar nog aan te twij­fe­len, ten­zij dan mis­schien de Chi­hua­hua, maar die is dan ook veel te klein om de hori­zon te kun­nen zien. Enfin, we dwa­len af. De aar­de is rond en ik beweer dat daar de pro­ble­men begin­nen. Het gevolg van wonen en leven op een bol is dat je heel moei­lijk gren­zen of afba­ke­nin­gen kunt vast­leg­gen. Ieder­een pro­beert dat wel en vaak zeer hard­nek­kig, maar uit­ein­de­lijk lopen we toch maar alle­maal door en over elkaar, ik denk dat ieder­een het daar mee eens is. We mogen onze mede­mens nog zoda­nig afschrik­ken met prik­kel­draad of gewa­pend beton of zelfs door het ver­min­ken van elkaars kroost of live op CNN hele volks­stam­men ver­krach­ten, maar uit­ein­de­lijk zal nie­mand ons belet­ten gewoon even om te lopen en te gaan en staan waar we wil­len. En dat is natuur­lijk maar een zootje. Zo kan het niet ver­der. We lopen elkaar onder de voet en nie­mand kan nog rus­tig zijn krant zit­ten te lezen zon­der de angst voor een inva­sie of een staats­greep door een alloch­to­ne bis­schop. Het spreekt van­zelf dat de mens voor een vre­dig bestaan nood heeft aan struc­tuur en hoe gaan we die struc­tuur in gods­naam berei­ken als onze eigen bio­toop, onze habi­tat, het fun­da­ment van ons wel­zijn niet eens een beet­je geor­ga­ni­seerd is. Toen de Schep­per besloot om een heel­al in elkaar te knut­se­len, vond hij het waar­schijn­lijk heel gemak­ke­lijk om gewoon wat bol­le­tjes te rol­len, en dat neem ik hem niet kwa­lijk – arbeid moet nog steeds ren­de­ren – maar het ware vol­gens mij toch beter geweest als hij iets meer moei­te had gedaan en bij­voor­beeld blok­jes of balk­jes had geboet­seerd. Op die manier ver­krijg je name­lijk bij voor­baat gestruc­tu­reer­de hemel­li­cha­men en is het nog slechts een kwes­tie van de juis­te inde­ling. En omdat tot nu toe nog nie­mand met die inde­ling is begon­nen, zou ik er een­tje wil­len voor­stel­len. Na rijp beraad lijkt de meest eco­no­mi­sche en voor ieder­een voor­deel bren­gen­de oplos­sing vol­gens mij de vol­gen­de:
(Stel. Dit is alle­maal hypo­the­tisch uiter­aard. Ik wil gerust de eer van het the­o­re­ti­sche denk­werk op mij nemen, maar het spreekt van­zelf dat we voor de prak­ti­sche ver­we­zen­lij­king de han­den in elkaar moe­ten slaan.)
De aar­de wordt een kubus. Hoe dat pre­cies dient aan­ge­pakt te wor­den, laat ik over aan inge­ni­eurs en spe­ci­a­lis­ten ter zake, maar eens we die nieu­we vor­me­lijk­heid bereikt heb­ben, zal ik mij vrij­wil­lig opwer­pen om de wereld­be­vol­king net­jes in te delen in zes cate­go­rie­ën, ver­mits een kubus ook zes vlak­ken heeft, mocht u dat nog niet zijn opge­val­len. Ik zal van­af nu even rede­ne­ren als­of de aar­de stil­hangt in de ruim­te, om de com­mu­ni­ca­tie te ver­een­vou­di­gen. Ik kan dan spre­ken van het boven­ste en het onder­ste vlak, het voor­ste en het ach­ter­ste vlak, en de twee vlak­ken links en rechts. Het spreekt van­zelf dat deze inde­ling geen hië­rar­chi­sche voor­keur inhoudt, ver­mits de aar­de in wer­ke­lijk­heid rond­jes draait. Goed, als volgt graag: Op het boven­ste vlak zet­ten we alle man­nen, op het onder­ste vlak alle vrou­wen. Links zet­ten we alle hypo­crie­ten, rechts alle lelij­ke men­sen. Voor­aan zet­ten we alle stin­kend rij­ke men­sen die te lui zijn om iets nut­tigs met hun cen­ten te doen, en ach­ter­aan ten­slot­te zet­ten we alle ambe­tan­te­ri­ken. Een rigi­de doch een­vou­di­ge en een­dui­di­ge inde­ling, die het toe­wij­zen van de juis­te cate­go­rie niet al te moei­lijk zal maken. Boven­dien, en dit is zeer belang­rijk, wordt er bin­nen in de kubus een tun­nel geïn­stal­leerd die ver­trekt bij de man­nen en ein­digt bij de vrou­wen, of vice ver­sa zo u wil. In het mid­del­punt van de kubus zal dan een ruim­te, een kamer komen die via de tun­nel aan weers­zij­den met de bui­ten­we­reld in ver­bin­ding staat. De func­tie van die bin­nen­ruim­te is de een­voud edoch even­eens de essen­tie zel­ve: con­cep­tie. Op gere­gel­de tijd­stip­pen wordt er vanop het man­nen­vlak en vanop het vrou­wen­vlak een vrij­wil­li­ger naar bin­nen gestuurd die samen een nako­me­ling zul­len ver­wek­ken. Na negen maan­den wordt de ver­se bore­ling terug naar bin­nen gebracht, waar hij tot zijn acht­tien­de zal opge­voed wor­den door gedi­plo­meer­de ver­pleeg­sters en opvoed­sters. Op zijn acht­tien­de ver­jaar­dag wordt dan door een raad der wij­zen – recht­streeks ver­ko­zen in het land van de lelij­ke men­sen – beslist in welk wereld­deel hij of zij zal mogen gaan wonen. Dat zal meest­al het deel van de ambe­tan­te­ri­ken zijn – hoe zou u zelf zijn als u acht­tien jaar van uw leven in één ruim­te moet door­bren­gen – maar dat deel is dan ook de eni­ge plek op de wereld waar open­ba­re lynch­par­tij­en nog bij wet zul­len toe­ge­la­ten wor­den, dus zo houdt die bevol­kings­groep zich­zelf in stand. Het beschre­ven toe­wij­zings­sys­teem heeft ook als zeer groot voor­deel dat na zeke­re tijd de stin­kend rij­ke men­sen die te lui zijn om iets nut­tigs met hun cen­ten te doen vol­le­dig zul­len uit­ster­ven omdat er bin­nen in de kubus niks te ver­die­nen valt, en het erf­recht uiter­aard afge­schaft is. Dat wereld­deel kan dan door de vrou­wen inge­palmd en ont­gon­nen wor­den, want vrou­wen zijn er nooit genoeg.
Het door mij uit­ge­werk­te sys­teem zal zon­der twij­fel traag uit de start­blok­ken strom­pe­len en menig­een zal onte­vre­den zijn met de hem of haar toe­ge­we­zen wereld­ca­te­go­rie, maar op ter­mijn zul­len rela­ties en con­flic­ten zich sta­bi­li­se­ren en zal een­ie­der een aan de nieu­we bio­toop aan­ge­pas­te levens­wij­ze ont­wik­ke­len, waar­door er uit­ein­de­lijk – en daar draait het toch alle­maal om – rust en vre­de zal ont­staan.
Enzo­voort enzo­ver­der.

1 reactie

  1. Noynourfe schreef:

    ver­bluf­fend. Welk een een­voud. Welk een wijs­heid. Ik zou wil­len oppe­ren dat het eind­sta­di­um, de kubus, via een soort voet­bal (acht­hoe­ken en zes­hoe­ken) soe­pel kan wor­den bereikt. Dan kun­nen we in dat voor sta­di­um mis­schien al een voor­proef­je krij­gen van het uto­pisch eind­re­sul­taat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *