header header header header header header header header header header

Ik heet Wannes

Ik slaap mezelf wakker.

Ik heet WannesIk hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.

Ik heet Wannes. Welkom in mijn hoofd.

Klikshit

«En dan springen. Te pletter sprong patat in het witblauwe dons.»
Wannes zelf.
Bron:  Canadian Air

(klik hier voor een nieuwe quote)

  • Archieven

  • Rubrieken

  • U zei?

    • Bjorn: 3 maanden gelden in een opwelling besloten om de...
    • Wannes: Afscheid is nooit makkelijk. Zeker niet op deze...
    • Ruben: Bedankt voor je visie op het einde. Ik was bang...
    • Ashley: Die Debby pief poef pfaff is nogal fake,…...
    • Ruben: Komd een zin bij de dokter. Hihi.
    • markvdweij: shania ( L ) mark mark hius harkema 9281 rk
    • Wannes: Ik stond in de hoek van het hokske. Mijn...
    • Noynourfe: Just out of curiousity: Hoe heeft u deze foto...
    • Wannes: Damn. Dat ik die gemist heb.
    • Noynourfe: Niet heel ver daar vandaan heb je het dorpje...
  • Kijk! Nog een titelke!

    Ik wil je zoenen

    13 08 2003 | Rubriek: Algemeen

    Bijvoorbeeld. Op een trein zitten een meisje en een jongen. Buiten de trein gebeurt er vanalles, de zon schijnt, de trein stopt in zo’n station waar je een eind moet wachten omdat er nog een stuk bij moet, een eind verder staat een man op een stelling een affiche op te hangen. Binnen in de trein gebeurt er ook vanalles, maar niet zoveel. Het is rustig. Er zit iemand mijmerend naar buiten te staren, enkele mensen lezen een krant, een dame zeult met koffers, er zit een koppeltje tegenover elkaar alleen maar naar elkaar te kijken. Een oneindigheid lang kijken ze elkaar in de ogen. En ze schuiven steeds dichter naar elkaar toe. Het tafeltje – waar de jongen met zijn ellebogen op leunt – lijkt steeds smaller te worden en het ziet er niet naar uit dat het in de weg zal komen te zitten. Elke seconde van het kijken schuiven ze een halve millimeter dichter in elkaars richting, een onafwendbaar aantrekken. Alsof er een onzichtbaar draadje tussen hen beide wordt opgerold, wordt het landschap op de achtergrond tussen hen vager en vager. Ook zij legt nu haar ellebogen op het tafeltje.

    Ze zitten zo’n vijftien centimeter van elkaars gezicht verwijderd. Ze voelt hem ademen. Hij kijkt onverstoorbaar in haar ogen. Ze bloost. Hij ziet de meest exotische branding en de weelderigste bergtoppen die hij ooit gezien heeft, en zijn mondhoek krult een heel klein beetje, waardoor zij onmiddellijk begrepen heeft wat hij ziet. En ze bloost.

    Tien centimeter. Ze kan nu kleuren en vlekjes in zijn ogen heel gedetailleerd in zich opnemen, zo dicht zitten ze bij elkaar. Hij lijkt zijn ogen strak op haar gefixeerd en onder controle te hebben, maar ze ziet zijn pupillen zich verwijden en weer vernauwen, als een hartslag. Het gaat heel traag nu. Hij overweegt even om zijn hand op de hare te leggen, maar besluit dat niet te doen. Dat zou te veel zijn. Te veel. Een kus is voldoende. Een zoen op dit moment zou zo alleszeggend, allesvoelend zijn, dat eender welke bijkomende aanraking de intensiteit zou teniet doen.

    Vijf centimeter. Ze sluit haar ogen en draait haar hoofd. Ze denkt aan wat er gebeurde op vakantie met haar ouders tien jaar geleden toen ze haar eerste kus mocht ontvangen van een gebronzeerde italiaanse playboy die een uur later al onder de rokken van een van haar vriendinnen zat. Maar dat is ze zo ook weer vergeten. Hij ziet haar ogen dichtgaan en geniet. Dat is heel mooi denkt hij. Iemand die – zo dichtbij – zo langzaam en elegant en alleen voor mij haar ogen sluit, dat is mooi. Dat vind ik mooi. Hij sluit zijn ogen. Hij stopt met ademen. Zij stopt met ademen. Haar bovenlip trilt. Er zit soms zo’n vervelend zenuwtrekje in. Niet nu denkt ze. Niet nu. Zijn lippen zijn droog. In laatste instantie probeert hij ze met zijn tong te bevochtigen, maar hij voelt al de trilling en de nabijheid van haar mond. Neusvleugels glijden strelend tegen elkaar. Haar bovenlip past perfect tussen de onderkant van zijn neus, en het punt waar zijn bovenlip overgaat in dat glooiende gleufje erboven.

    Nul centimeter. Achteraan in haar kaak, in de uiterste hoeken van de scharnieren van haar kaakgewricht, probeert ze een beweging in gang te zetten om haar mond te openen en die van hem welkom te heten. Het lijkt ontzettend veel energie te vergen. Dit moment mag nooit meer voorbijgaan, denkt hij nog.

    Dan zegt er iemand “Ticketjes graag”

     

    3 reacties

    1. S. V. M. reageerde aldus:

      Zucht en steun.
      Dat is toch zoiets ongelofeloos romantisch!
      Ik bid de goden dat het bestaat.

    2. Yuri zei dit:

      Niet getreurd. Het bestaat.

    3. C.M schreef het volgende:

      dag
      ik vondt uw stuk van ”mag ik je zoenen” heel goed
      Het gaat met je op de loop je gaat helemaal mee voelen,
      Geweldig
      Vooral het einde, je wordt weer even wakker geschut
      vriendelijke groet C.M

    Reageer!

    «Ze zouden ballen moeten maken met een omhulsel van vilt - gelijk het laken - en de tafel zou bedekt moeten zijn met dat gladde spul waar de ballen van gemaakt zijn. Snapt ge?»
    Wannes zelf.
    Bron:  Ik ben Stephen Hawking niet zulle.