Twee meneertjes
Ik stond vandaag stiekem te kijken naar twee straatpoetsers. Van die meneertjes in een oranje kostuum die door het stadsbestuur worden aangesteld om de straten proper te houden. Ze rijden rond met een vuilbak op wieltjes, een borstel en zo’n lange tang om papiertjes op te rapen zonder zich te moeten bukken (fantastische uitvinding doch dit terzijde).
Die twee meneertjes stonden te keuvelen op de hoek van de straat, zoals alleen dat soort meneertjes kunnen keuvelen. Vele mensen beginnen bij het zien van zo’n tafereel wellicht onmiddellijk te kankeren over de luiheid van langdurig werklozen en dat dat verdomme ons belastingsgeld is, maar ik vind het prachtig. Ik ben blij dat mijn geld in dat soort theatrale charme gestoken wordt.
Zoals de strakke winterzon als een groot zoeklicht op de fluo outfit van meneertje en meneertje viel, zo zie je ze enkel nog op de bühne van een oude stadsschouwburg. Ik hoorde niet wat ze zeiden, dus het leek wel pantomime. Puur theater. Ze deden niks. Ze stonden daar te keuvelen, meneertje één leunde op zijn borstel, en meneertje twee haalde de ene na de andere reclame-folder uit zijn vuilbak, en samen bladerden ze door veel te dure en onnodige consumptie-dromen en andere fantasieën. Ze hadden dolle pret. Af en toe bewoog meneertje één zijn borstel heen en weer om wat bladeren in de goot bijeen te harken, maar de wind was hem steeds te snel af. Ach wat, zag ik hem denken en hij leunde verder.
Ik hoop dat die meneertjes het goed met elkaar kunnen vinden. Ik zou het heerlijk vinden om samen met een goede vriend voor een dag zo’n meneertje te zijn. En te keuvelen in het zoeklicht.
Wellicht enigszins verwante berichten:
Nog geen reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.