header header header header header header header header header header

Ik heet Wannes

En ik ben bang voor alles.

Ik heet WannesIk hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.

Ik heet Wannes. Welkom in mijn hoofd.

Klikshit

«Dus deed ik wat elke rechtgeaarde passionele moordenaar doet als de stoppen doorspringen.»
Wannes zelf.
Bron:  Yuri wie?

(klik hier voor een nieuwe quote)

  • Archieven

  • Rubrieken

  • Populaire berichten

  • Grafisch design

    Mag ik u vormgeven?

    Mag ik u vormgeven?Behalve die rare plek op het internet waardoor ge u gaat afvragen waarvoor het internet ook weer dient, is deze website ook mijn portfolio. Ik ontwerp elke vorm van drukwerk, van brochures voor kleuters met adhd tot flyers voor aristocratisch kabouterslingeren. Voor meer info en voorbeelden: klik hier!

    Alleen

    08 05 2004 | Rubriek: Algemeen, Theater

    het is ongelooflijk ontzettend heerlijk om hier te zitten
    het is hartje zomer
    het is half zeven in de ochtend
    en het is ontzettend warm
    het is zo ontzettend warm
    dat elke beweging voelt alsof ge door een dik pak slagroom moet waden
    het is zo ontzettend warm
    dat mijn porieën hete olijfolie schenken
    het is zo ontzettend warm
    dat er stoom van mijn wangen opstijgt telkens ik een traan pleng

    het is zo ontzettend warm
    dat ik de kabouterkes die zich verstoppen onder het bed
    hoor zuchten en puffen van de heethoofden onder hun puntmutsen

    het is zo ontzettend warm
    en toch is er geen ander verlangen in mijn lijf
    dan heel dicht tegen u aan te kruipen
    om het nog warmer te krijgen
    en te zien dat ook gij hete olijfolie schenkt
    en dat uw prozaïsch golvende lendenen stomen als een hete geiser
    en dat gij ook door een dik pak slagroom moet waden
    het is zo ontzettend warm
    en toch is er geen ander verlangen in mijn lijf

    misschien een heel klein ander verlangetje
    zo klein dat ik het haast niet merk
    het verlangen naar een tas koffie
    maar dat ga ik u nu zeker niet vertellen
    ik wil niet dat ge weet dat ik op zo’n ontzettend warm moment
    van in elkaar smeltende olijfolie schenkende lijven
    toch nog aan koffie kan denken
    ik kan dat
    maar ik wil niet dat ge dat weet

    en ge noemt mij een held
    een geliefde die zacht spinnend naast u ligt en u verbaal of stilzwijgend of hoe dan ook een heldhaftig gevoel geeft, dat is het schoonste wat er bestaat.
    als een vrouw zonder iets te zeggen in uw armen in slaap valt, dat is het schoonste compliment dat ge als man kunt krijgen. dat is toch waar

    ik sta dan met veel moeite op uit bed
    en ik maak geen lawaai om u niet wakker te maken
    ik sta op
    met koppijn
    krampen
    het eerste wat ik doe is een half uur op de pot gaan zitten
    daar gebeurt er niks
    ik voel me slecht als ik niet gewoon een half uur op de pot kan zitten ‘s morgens
    maar er gebeurt daar niks
    de krampen worden wat minder
    de koppijn blijft

    dan ga ik koffie drinken
    sloten
    grachten
    zwarte meanderende rivieren van koffie
    zwart vloeibaar goud
    motorolie voor de ziel

    daar word ik rustig van
    er gebeurt verder niks
    de krampen worden wat minder
    de koppijn blijft
    maar ik word rustig

    en dan denk ik bij mezelf
    fuck wat kan het leven soms pijn doen
    en dan komt gij uit bed
    met alleen een onderlijfke aan
    mijn onderlijfke
    veel te strak
    veel te klein
    en ik ruik de stoom en de olijfolie en de slagroom
    en ge komt bij me zitten
    en ge pikt mijn tas koffie
    en ge neemt een slokske en verder laat ge ze koud worden
    maar ik vind het niet erg
    want ge legt uw hoofd tegen mijn schouder
    en ge spint en ge ronkt
    en mijn koppijn gaat over
    en mijn krampen gaan weg
    en dan denk ik
    fuck
    het is allemaal maar om te lachen

    ik herinner me een moment. waargebeurd. we hadden heel de avond naar elkaar zitten kijken tot onze ogen pijn deden. ik zat op de grond en gij lag languit op het bed. en wat ik me heel erg herinner van die avond, van dat moment, is het wonderlijke esthetische gevoel dat me overviel bij het zien van de perfecte kromming van uw rug. zoals ge daar op uw buik op bed lag, was de glooiing van uw rug betoverend als een berg in zuid-frankrijk, bij voorkeur met de ondergaande zon erachter. met dat beeld ben ik toen gaan slapen.
    dat was leuk.

    ge kunt soms zo lang naar iemand zitten kijken
    dat uw ogen er pijn van doen
    en ge kunt ook lang met iemand zitten spreken
    tot uw tong en uw kaken er pijn van doen
    maar ge kunt ook een beetje met iemand zitten spreken
    en dan – na een zin of twee drie vier vijf zes
    merkt ge plots dat er iets is
    een vonk een klik een magnetisme
    of iets dergelijks
    of iets anders
    maar meestal
    op zo’n moment
    net op zo’n moment
    op het moment dat ge in een gesprek met iemand plots dezelfde frequentie vindt, bijvoorbeeld over het feit dat we allemaal een beetje indiana jones zijn, op de loop door een tunnel met maar één uitgang, achternagezeten door zo’n rond stuk rollend rotsblok
    net op dat moment gebeurt er aan de overkant van het café het volgende: een lentefris paartje – groen achter oor en oog – keuvelt een eind weg. zij drinkt blonde leffe (en ze is het ook), hij drinkt warme chocomelk. in het midden van een ongetwijfeld mooie zin die hij aan haar lippen heeft onttrokken, valt met een luide beng en veel kabaal een schilderij van de muur. naast het paartje. exact naast het frisse paartje.
    op zo’n moment schrikt ge u natuurlijk rot, maar als ik die jongen was geweest, dan had ik me achteraf wellicht de volgende bedenking gemaakt:
    zou het niet geweldig romantisch zijn om op exact dat moment, dat beng-rinkeldekinkel moment, uw in chocolade gedrenkte tong ter hand te nemen en de blonde leffe tegenover u vol op de mond te zoenen?
    een beng-rinkeldekinkel zoen voor de eeuwigheid?

    zou het niet?

    een kus kunt ge zelden voorspellen. het is slechts weinigen gegeven zich expliciet voor te nemen – te plannen als het ware – om de persoon die u genegen is vol of halfvol op de mond te kussen, en dan ook effectief op relatief korte termijn die plannen ten uitvoer te brengen. dat gaat niet alleen voorbij aan de wensen die uw toekomstige kus-partner al dan niet zelf heeft, maar bovendien ook aan alle wetten van de romantiek. romantiek is onvoorspelbaar, spannend en onverwachts, en moet dat ten alle prijze blijven om niet aan haar essentie voorbij te gaan. een kus plant ge dus best niet. of het moest zijn dat ge de verwezenlijking ervan binnen dit en een fractie van een seconde ziet gebeuren, dan moogt ge natuurlijk niet aarzelen. dan is het moment naar alle waarschijnlijkheid meer dan aangebroken, maar in alle andere gevallen moogt ge de soep niet heter opdienen dan dat ge ze wilt eten.
    en toch. ondanks het bodemloze respect voor alles romantisch, probeer ik me vaak in te beelden hoe het voelt om u te zoenen. hoe het zoent om u te voelen.
    waar mijn voorkeur in elk geval niet naar uitgaat, is zo’n kus waarvan ge achteraf zegt shit – dat had ik misschien niet moeten doen. dat is namelijk heel erg jammer voor die kus. een kus moet kunnen voortleven, in gedachten en in fantasie, en een kus die ge achteraf beschouwd beter niet had geschonken of gekregen, is een verloren kus. dat is als iemand een heel mooi kadootje schenken, en na de eerste dankbaar bewonderende blikken zeggen euh nee, geef maar terug.
    na een zoen moogt ge niet zeggen shit – enzovoort, nee, ge moet zeggen nog eentje graag. of mag het iets meer zijn alstublieft.
    wat de aard – het genre zo u wil – van een zoen betreft, zijn er heel wat bomen op te zetten. het zou zinloos zijn hier een exhaustieve beschrijvende lijst te willen aanleggen, maar als we het even overdreven rigide aanpakken, dan vallen de meeste zoenen strikt genomen ergens op een punt binnen een continuüm dat we zouden kunnen trekken tussen twee extremen. aan de ene kant hebt ge de wilde, ongetemde en ongeremde, bijtende, passionele kus; helemaal aan de andere kant hebt ge dan de met veel smaak te savoureren trage, tedere, zinderende en tastende zoen. de trage zinderzoen. de langzame lustkus.

    en ge zucht
    en ge zegt dat dat langs geen kanten klopt van al die soorten zoenen. dat ge even goed kunt proberen om meisjes in biologische categorieën te verdelen. of dat ge even goed kunt proberen het fenomeen vrouw algoritmisch te definiëren. en ik zeg dat dat gezever is want dat dat ik dat nooit zou doen en ge zegt dat ik het toch doe en ik zeg nee dat is niet waar ik snap niks van vrouwen wat zou ik ze dan willen definiëren en ge zegt dat ik dat onbewust doe door te praten en te kijken en te kiezen met wie ik omga en ik vraag wat ik dan wel defineer door er voor te kiezen hier met u te zitten en u mijn koffie te laten koud worden en of ik u daardoor zonder dat ik het besef in een hokske stop en ge zegt ja natuurlijk en ik zeg miljaarde in welk hokske steek ik u dan wel en ge zegt geen hokske een doos een kartonnen doos zo’n doos die groot genoeg is om een kussen in te leggen waarin een poes zich op een zwoele zomernacht heel erg thuis zou voelen waardoor ze vergeet dat er een verse portie friskies naast de doos op haar staat te wachten en dan weet ik niet meer wat te zeggen.
    en ge kijkt naar mij met een blik die zegt als ik nu geen zoen krijg dan is heel mijn dag naar de kloten en ik zeg uw dag is niet naar de kloten en daarbij het is veel te warm om te zoenen.
    en ge neemt nog een slok en ge zegt dat de koffie koud is
    en dan krijgt ge toch een zoen
    een hele lange veel te warme koude koffie zoen in een kartonnen doos

    en dan vraagt ge wat het mooiste moment uit mijn leven is
    en ik vertel zonder aarzelen dat ge dat wel weet omdat ge erbij waart
    ik stond op een zomerochtend samen met u in het midden van een grote weide ergens in de ardennen – heuvelachtig – en we waren allebei een beetje zenuwachtig. en we bleven daar staan zonder te willen gaan zitten en zonder iets te zeggen eigenlijk. en plotseling viel het me op dat het verkeer in de verte steeds stiller klonk. alsof wagens en camions halt hielden in een soort onuitgesproken consensus die zei laten we gewoon langs de kant van de weg stoppen en onze motor stilleggen. en ook de vogelkes in de bomen die dachten iets gelijkaardigs. heel langzaam zwegen ze een voor een tot er niks meer te horen was. de koe in de verte die tot dan toe elke twee minuten loeiend vloekte, leek aanstalten te maken om te gaan pitten. en toen schoof – heel langzaam – de maan voor de zon. en het werd donker. en alles was stil. en niemand zei iets. en er schoten tranen in uw ogen. en ik zag uw tranen en ze schoten ook in mijn ogen. en toen kwamen er vanonder een aantal struiken rondom ons allemaal kabouterkes te voorschijn. kleine petieterige kabouterkes met een puntmuts. en gelijk zot begonnen die te werken. grasmaaien, takken snoeien, koeievlaaien opkuisen, papierkes in een petieterig vuilzakske doen. werken werken werken. alsof ze nooit iets anders gedaan hadden. en twee minuten later, toen de maan ons langzaam het zonlicht terug gunde, huppelden die kabouterkes allemaal terug onder hun struiken en als bij toverslag waren ze verdwenen. en wij stonden in het midden van een propere vers gemaaide weide zonder een vuil papierke of koeievlaai. en die koe in de verte begon weer te loeien en de vogelkes floten weer en het verkeer in de verte reed verder als vanouds en dat was het allerschoonste moment uit mijn hele leven.

    en dan vraagt ge of ik graag naar u kijk
    en ik zeg ja ik kijk graag naar u
    ik kijk heel graag naar u
    ik kijk naar niks anders zo graag als naar u
    en ge vraagt of ik vaak naar u kijk
    en ik zeg ja zoveel ik kan
    en ge vraagt of ik ook naar u kijk als gij niet weet dat ik naar u kijk
    en ik zeg dat dat wel eens gebeurt
    wanneer vraagt ge
    en ik zeg daarstraks bijvoorbeeld.
    toen ge lag te slapen
    ik sliep niet zegt ge
    en ik zeg ja dat weet ik
    dat zag ik
    wanneer nog vraagt ge
    wanneer kijkt ge nog naar mij
    en ik zeg ik kijk heel hard naar u elke keer als ge vertrekt
    als ge de deur uitgaat dan ga ik aan het raam staan en dan kijk ik naar u te voet of met de fiets en ik kijk zo lang tot ik u niet meer zie en dan nog stop ik niet met kijken. op dat moment kijk ik zo hard en fel en lang naar u om zeker te zijn dat ik u nooit meer vergeet moest het gebeuren dat ge niet meer terugkomt
    en ge zegt dat ik zo’n dingen niet mag zeggen
    en ik zeg dat het maar om te lachen is
    en gij zegt dat ge het niet grappig vindt
    en ik zeg sorry ik zal het niet meer doen. en dat het tijd is om aan de dag te beginnen voor hij om is en ik zeg dat ik mijn onderlijfke nodig heb. en ge doet mijn onderlijfke uit en dan heb ik plotseling geen zin meer om aan de dag te beginnen. en ik zeg dat is een gemene truk en gij zegt dat ik er zelf om gevraagd heb tiens. en dan is er weer die blik in uw ogen die smeekt om een zoen die minstens drie of vier dagen duurt en dan loop ik naar de vuilbak en ik zoek naar de afgescheurde kalenderblaadjes en ik zoek een stuk plakband en ik plak de voorbije drie dagen terug op de kalender en ik kom weer bij u zitten en ik leg mijn hoofd op uw schoot en ik zeg fuck wat kan het leven soms pijn doen.
    en gij neemt mijn hoofd in uw handen en ge zegt dat het allemaal maar om te lachen is. en ge vraagt wat volgens mij de rode draad is. en ik zeg dat gij dat zijt, de rode draad.
    gij zijt de rode draad.

    16 reacties

    1. Jelle zei het volgende:

      heel schoon. echt heel schoon.

    2. thomas riep:

      ik heb nog nooit gewenst dat een tekst op internet nu eens eindelijk wat langer zou zijn.
      Tot nu.
      Hiervoor zeg ik: chapeau, hoed af.

      Ik wou dat ik dit als een schilderij kon ophangen.

    3. Primaat schreef:

      Zoenen is goud!!!!!!

    4. Yuri zei dit:

      Inderdaad. Zwijgen is zilver, zoenen is goud.

    5. tomasz wilde graag het volgende kwijt:

      want wij zijn allemaal

    6. Dank je wel.

    7. Graag gedaan.

    8. nathalie reageerde aldus:

      uitgeprint om straks nog eens te lezen. wauw!

    9. Yuri schreef het volgende:

      Fijn. Thanks. Weg met het computerscherm.

    10. J dacht:

      Lieve SInterklaas,

      Kunt u Maanzand ene ferme schop onder de kont – poep is voor de buren- geven? Zijn proza is het kado wat ik graag zou ontvangen, en ik heb zo’n flauw vermoeden dat here Maanzand die schop niet vanzelf gaat bestellen. Dus hup, buk uw stramme rug, grijp die keurigkanten onderlijn van uwe heiligenjurk en breng uw voet met pittige precisie in beweging. Weten we eindelijk of u Goofy of regular bent, en wat voor schoenen u verkiest.

      was getekend,
      mis

    11. tina reageerde aldus:

      slik…

    12. Goh… eigenlijk zijn hier geen woorden voor, maar een mens voelt soms de drang te laten weten enkele minuten weg geweest te zijn van de wereld.
      Bedankt om mij mijn moment van rust en genot te geven vandaag.
      Dit is prachtig. Zo mooi. Zo eenvoudig. Zo doodsimpel de waarheid.

    13. Graag gedaan. En dankjewel.

    14. Hanneke schreef het volgende:

      Lieve Yuri,

      Dankzij dit kunstwerkje ben ik aangenomen op de toneelschool. Mag ik je hartelijk, hartelijk bedanken voor je subliem gevoel voor taal? Je kunt als geen ander de Liefde beschrijven. Dankjewel.

    15. Yuri wilde graag het volgende kwijt:

      Woohoow, i’m flattered! Heb je de tekst helemaal gebracht? Zijn er opnames van?
      In elk geval gefeliciteerd, en veel plezier op de toneelschool!

    16. Hanneke wilde graag het volgende kwijt:

      We moesten een monoloog van -helaas- maar 400 woorden voordragen, dus het is een fragment geworden (het laatste stuk, vanaf “en dan vraagt ge of ik graag naar u kijk” tot “gij zijt de rode draad.”)
      Ik kom echter uit Nederland, dus er waren wel woorden die ik normaal niet gebruik – serieus, wat is “tiens” en hoe spreek je het uit?- maar het was erg, erg leuk om te doen.
      Er zijn geen opnames van, want gelukkig was het geen talentenjacht als “Idols” (bij jullie heet het “Idool” dacht ik) en het komt ook niet op televiesie. Ik blij.
      Dank voor je felicitaties, je zal me hier nog wel vaker zien rondspoken (:

    Reageer!

    «Foert. Mijnen trein is vandaag voor jan en alleman helemaal gratis.»
    Wannes zelf.
    Bron:  Pompwater