Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
Ik zou zeggen dat ik er spijt van heb.
Eigenlijk niet, maar van binnen toch weer wel. Dat je zo’n mooie dingen doet en schrijft en zegt en dat ik -onwetend toen- een topje van een ijsberg knabbelde. Een lint van je schouders griste, een medaille achterhield.
Maar het was niet helemaal mijn schuld. Iemand anders had me ingeschreven de week er voor. En of ik nu toch maar mee zou doen aan dat toernooi? Omdat ik toch nooit echt om woorden verlegen zat en mijn taal zich toch uit elke netelige kwestie kon meanderen.
En zo stond ik daar nietsvermoedend in Leuven en snoepte de prijs voor welsprekendheid uit je handen. Dat had ik misschien niet moeten doen.
Je verdiende ze.
ach jeroen,
wat ik me vooral herinner van die avondlijke welsprekendheid is het zweet des aanschijns in mijn handpalmen en de naderhande glimlach van het (toenmalige) meisje van mijn dromen.
enkele uren later hingen wij onlosmakelijk in elkaar verstrengeld over een café-tafeltje.
wat mij betreft, kan de herinnering aan die avond dus niet meer stuk. maar toch bedankt voor je bezorgdheid annex complimenten. het wordt trouwens tijd dat ik die zucht van jou op mijn link-pagina zet…
«De reupiepleut is niet van gisteren en zal in sommige gevallen tijdens het brommen zelfs een camouflerende schutkleur aannemen, waardoor hij niet meer in uw interieur past.»
Wat me op dat moment te binnen schiet, natuurlijk
nink, joak, kweedetnie…
kies maar
James Bond…
Ikke?
Nee, nee…
hoezo? Hebt ge niks beter te vragen?
Beste Yuri, wat zou je zélf antwoorden?
Ik zou zeggen dat ik er spijt van heb.
Eigenlijk niet, maar van binnen toch weer wel. Dat je zo’n mooie dingen doet en schrijft en zegt en dat ik -onwetend toen- een topje van een ijsberg knabbelde. Een lint van je schouders griste, een medaille achterhield.
Maar het was niet helemaal mijn schuld. Iemand anders had me ingeschreven de week er voor. En of ik nu toch maar mee zou doen aan dat toernooi? Omdat ik toch nooit echt om woorden verlegen zat en mijn taal zich toch uit elke netelige kwestie kon meanderen.
En zo stond ik daar nietsvermoedend in Leuven en snoepte de prijs voor welsprekendheid uit je handen. Dat had ik misschien niet moeten doen.
Je verdiende ze.
ach jeroen,
wat ik me vooral herinner van die avondlijke welsprekendheid is het zweet des aanschijns in mijn handpalmen en de naderhande glimlach van het (toenmalige) meisje van mijn dromen.
enkele uren later hingen wij onlosmakelijk in elkaar verstrengeld over een café-tafeltje.
wat mij betreft, kan de herinnering aan die avond dus niet meer stuk. maar toch bedankt voor je bezorgdheid annex complimenten. het wordt trouwens tijd dat ik die zucht van jou op mijn link-pagina zet…
Voor mij een snuifje tederheid, on the rocks, dank je.
Goed, dank u.
Volgens mij was dat het joker-antwoord