Heldendicht

Dit is een lied voor de alle-dagen-dromer
de zwoe­le zwa­luw in de mid­der­nacht­zo­mer
een lied voor de dwaas, de rode-rozen-plukker
de onver­saag­de high­way of love truc­ker

De man die – met de blik op onein­dig
door de storm en door wind door de regen zich
zelf een yel­low brick road baant
zich olym­pisch kam­pi­oen waant

De onver­saag­de sere­na­de zan­ger
de streng vol­har­den­de bal­kon han­ger
de man met een hart zo groot als de maan
een spaan­se orkaan zal hij kra­nig door­staan

De laat­ste der amou­reu­ze mohi­ka­nen
een droog­rek voor kro­ko­dil­let­ra­nen
een stel armen voor omhel­zing bedoeld
stre­len­de han­den met gedich­ten gespoeld

Hij zwoegt en hij werkt hij ploe­tert hij zweet
geen straat van gibral­tar is hem te breed
lief­heb­ben min­nen het zit in zijn bloed
altijd ten strij­de te voet als het moet

Altijd ver­liefd en immer vol krie­bels
de lief­de en hij zijn vol­maakt kom­pa­ti­bel
vlin­ders in elke vezel van zijn lijf
een zoen bin­nen hand­be­reik en dat bui­ten kijf

Hij is een held een held dat is hij
geboet­seerd uit ruwe hel­den­klei
zijn hart is een mid­del­eeuws pren­ten­boek
gedrukt op ver­se peper­koek

Bemin hem omarm hem bind hem des­noods vast
haal alle zalig­heid en zin­der uit zijn bast
hij glanst en hij schit­tert hij blijft eeu­wig jong
met de hand op het hart en het hart op de tong

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *