Ik heb heimwee naar de zomer
Languit in het gras liggen en krabben tegen de mieren
het holst van de nacht zo diep mogelijk uithollen zonder iets bij aan te trekken
slapen in openlucht en ‘s morgens met de poezen ontbijten
naar de cinema gaan om af te koelen
naar de cinema gaan en na de film buitenkomen en zien dat het nog licht is
een terrasje doen met mij (bijvoorbeeld)
een terrasje doen als het begint te onweren maar gelukkig onder een afdakje zitten
plannen maken maar ze niet uitvoeren
dat niet erg vinden
ijskreem kopen in grote dozen
merken dat de diepvries niet diep genoeg vriest en alle ijskreem in één keer opeten
dat geen probleem vinden
er ook nog een bus slagroom op leegspuiten
besluiten dat dat vandaag wel alle maaltijden vervangt
zwembadje opzetten
me verbazen over hoe koud water kan zijn zelfs in de zomer
daar vlug aan wennen
een zonnebril op sterkte kopen
die niet dragen uit respect voor de zon
nadenken over wat ik met het geld van die zonnebril dan wel niet had kunnen doen
door dat nadenken in slaap vallen
in het zwembadje
dromen
verliefd worden
op reis gaan in mijn hoofd
badwatergewijs verrimpelen
thuiskomen in mijn hoofd
geen heimwee hebben naar de winter
alles fijn vinden
een muur beschilderen
gin tonic
dat is gin met tonic en ijs
nootjes op de stoep
goeiedag zeggen tegen meneren en mevrouwen die voorbij komen
gemoedelijk zuchten en de ogen sluiten
aan zomerslaap doen
zomerslaap uit mijn ogen wrijven
zomerslaap uit jouw ogen wrijven
er dan in verdrinken
en badwatergewijs verrimpelen
in jou
Wellicht enigszins verwante berichten:
1 reactie
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
in de hangmat liggen met de poes op mijn buik,
een boek in mijn handen en een rietje in mijn mond,
en in de verte het lawaai van de auto’s op de ring horen.