Opruimen

Ik ruim vaak op. Of beter: ik ben vaak bezig met oprui­men. Ik ben zo goed als altijd wel iets aan het oprui­men. Niet dat ik zo’n kuis­ziek type ben dat elke dag de rol­lui­ken al naar bene­den doet als het nog licht is om ze op te blin­ken, ver­re van. Het is eer­der zo: Er is in mijn leven altijd wel ergens een opruim aan de gang. Of zoiets. Een altijd­du­ren­de arbeid met het hoog­ste maar even­zeer vol­strekt onbe­reik­ba­re als eind­doel: vol­maak­te net­heid. Een voort­du­rend stre­ven naar orde en struc­tuur, waar­bij dat stre­ven de fun­da­men­te­le kracht wordt, eer­der dan het ver­we­zen­lij­ken van har­mo­nie en dus het ophef­fen van alle stre­ven.

Ik begon dit stuk­je te schrij­ven, met in mijn ach­ter­hoofd iets over eiland­jes van rom­mel die lang­zaam­aan opgaan in een zee van nog meer rom­mel, die dan traag maar gestaag mozes-gewijs opge­deeld wordt in opnieuw eiland­jes, die dan steeds klei­ner wor­den om ten slot­te te ein­di­gen in een com­pleet droog­ge­legd suez-kanaal. En dan komen er weer eiland­jes, niks aan te doen, vici­eu­ze cir­kel bla­bla­bla.

Maar in plaats daar­van ver­zand­de mijn eer­ste ali­nea in het soort aca­de­misch taal­ge­bruik waar ik tij­dens een van mijn zove­le stu­deer­po­gin­gen zo harts­gron­dig van kon wal­gen – Ver­we­zen­lij­ken! Altijd­du­ren­de arbeid! Fun­da­men­te­le kracht! Drie maal stre­ven in één enke­le zin! – Ik wil­de gewoon even mijn hart luch­ten over de moei­lijk­heids­graad van opruim-arbeid, in de hoop dat de benauwd­heid klei­ner zou wor­den, maar in plaats daar­van zuig ik mezelf naar bene­den in het drijf­zand van onze moe­der­taal. De mul­le maar war­me alge­meen beschaaf­de klei­grond van onze woor­den­schat. Dat niets­zeg­gend instru­ment dat zo vaak mis­bruikt en zo zel­den gezoend wordt. Het mod­der­bad van tet­ter­gat en kweb­bel­kont. Het wordt tijd dat iemand daar eens gro­te kuis houdt.

2 reacties

  1. jane schreef:

    Bes­te Yuri,

    het schijnt dat jij wat van oprui­men kent. ik heb een vraag je voor je: hoe ruim je je humeur op? in de stich­ten­de lite­ra­tuur die ik vroe­ger uit oma’s boe­ken­kast ont­leen­de, las ik wel eens: ’zij had een opge­ruimd humeur’ of ’de kin­de­ren waren opge­ruimd en blij’. ik zou het neder­lands zo graag eens wil­len zoe­nen en opge­ruimd ZIJN in plaats van ’opge­ruimd’ gebrui­ken. maar hoe doe ik dat? lie­ve yuri, kan jij me mezelf hel­pen oprui­men?

    je jane.

  2. Yuri schreef:

    Jane -

    the ants are my friends & ant­woor­den zoe­ken doe ik niet graag. maar ach, je vra­gen wer­ken wel inspi­re­rend. zie vol­gen­de post…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *