Opruimen
Ik ruim vaak op. Of beter: ik ben vaak bezig met opruimen. Ik ben zo goed als altijd wel iets aan het opruimen. Niet dat ik zo’n kuisziek type ben dat elke dag de rolluiken al naar beneden doet als het nog licht is om ze op te blinken, verre van. Het is eerder zo: Er is in mijn leven altijd wel ergens een opruim aan de gang. Of zoiets. Een altijddurende arbeid met het hoogste maar evenzeer volstrekt onbereikbare als einddoel: volmaakte netheid. Een voortdurend streven naar orde en structuur, waarbij dat streven de fundamentele kracht wordt, eerder dan het verwezenlijken van harmonie en dus het opheffen van alle streven.
Ik begon dit stukje te schrijven, met in mijn achterhoofd iets over eilandjes van rommel die langzaamaan opgaan in een zee van nog meer rommel, die dan traag maar gestaag mozes-gewijs opgedeeld wordt in opnieuw eilandjes, die dan steeds kleiner worden om ten slotte te eindigen in een compleet drooggelegd suez-kanaal. En dan komen er weer eilandjes, niks aan te doen, vicieuze cirkel blablabla.
Maar in plaats daarvan verzandde mijn eerste alinea in het soort academisch taalgebruik waar ik tijdens een van mijn zovele studeerpogingen zo hartsgrondig van kon walgen – Verwezenlijken! Altijddurende arbeid! Fundamentele kracht! Drie maal streven in één enkele zin! – Ik wilde gewoon even mijn hart luchten over de moeilijkheidsgraad van opruim-arbeid, in de hoop dat de benauwdheid kleiner zou worden, maar in plaats daarvan zuig ik mezelf naar beneden in het drijfzand van onze moedertaal. De mulle maar warme algemeen beschaafde kleigrond van onze woordenschat. Dat nietszeggend instrument dat zo vaak misbruikt en zo zelden gezoend wordt. Het modderbad van tettergat en kwebbelkont. Het wordt tijd dat iemand daar eens grote kuis houdt.
Wellicht enigszins verwante berichten:
2 reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
Beste Yuri,
het schijnt dat jij wat van opruimen kent. ik heb een vraag je voor je: hoe ruim je je humeur op? in de stichtende literatuur die ik vroeger uit oma’s boekenkast ontleende, las ik wel eens: ‘zij had een opgeruimd humeur’ of ‘de kinderen waren opgeruimd en blij’. ik zou het nederlands zo graag eens willen zoenen en opgeruimd ZIJN in plaats van ‘opgeruimd’ gebruiken. maar hoe doe ik dat? lieve yuri, kan jij me mezelf helpen opruimen?
je jane.
Jane -
the ants are my friends & antwoorden zoeken doe ik niet graag. maar ach, je vragen werken wel inspirerend. zie volgende post…