Opruimen (2)
Hoe ruim je jezelf op? Één voorwaarde om überhaupt te kunnen opruimen, is rommel. Wie geen rommel heeft in zijn hoofd, hoeft daar ook niet op te ruimen. Maar tegelijkertijd: wie geen rommel heeft in zijn hoofd, bestaat niet – denk ik dan. Iedereen heeft rommel in zijn hoofd. Woelige stofnesten vol vage herinneringen en traumaatjes; verscheurde zinsneden die blijven liggen na een half verteerde ruzie of een verkeerd geïnterpreteerd telefoongesprek; achtergelaten paperassen en het vel volgescholden facturen – achterdochtig en achterstallig; twijfels, als droge wafels zo oud. Iedereen kent de geur van de muffe krakende zoldervloer die onze rommel torst.
Hoe ruim je zoiets op? Hoe doe je dat? Rangschik je eerst alles mooi in dozen, gaande van zeker nog eens over piekeren via wellicht ooit van pas tot laat ik deze maar vlug verdringen? Of kieper je gelijk alle gepieker zonder omzien in een container? Misschien moet je helemaal niet opruimen of ordenen. Je kan ook gewoon een grote borstel nemen en alles in een hoek van de zolder bij elkaar harken. Heb je weer fijn heel veel plaats voor nieuwe rommel. Dat is ook een mogelijkheid. Een stofzuiger is ook een optie. Zo’n groot industrieel geval dat alles behalve de krakende vloer opzuigt. Dan kan je naderhand beneden op tafel de stofzuigerzak omkiepen om alle parelende kleine gedachten van de laatste tijd er als rijstkorrels uit te vissen. En de rest in het haardvuur. Knetteren. Dat kan allemaal. Alles is goed. Ook soms eens lekker niet opruimen is goed. Bier uit de kast, grote zak doritos, en dan lekker gezapig onderuitzakken in je grote berg zelfrommel en naar Star Wars kijken. Of Mad Max. Of Superman. In elk geval een heldenfilm waarin één iemand een hele grote berg rommel moet opruimen. Daar wordt je sterk van. Geeft je tijgerkracht. Kan je alles. Opruimen als de beste. Driest en dapper dozen dragen. Kranig en krachtig kamers uitkammen. Die bejaarde huisstofmijt in je achterhoofd zal niet weten wat hem overkomt.
Wellicht enigszins verwante berichten:
3 reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
amused to have been a muze
Hoe meer rommel hoe beter – volgens mij is rommel gelijk aan ervaring, goed en slecht en ik zie wel of ik er wel of niet iets mee doe. Soms de rommel even in een hoek drukken en soms juist alles koesteren. En gewoon doorgaan.
zolang de rommel geen chaos wordt is er geen enkel probleem..