Retrograde hallucinatie
Morgen op om negen uur. Net iets te lange douche nemen. Met frisse kop de zon tegemoet op Granville Street. Glanzende deur met glanzende deurklink openen. One cappucino. Tall, very wet please.
Met beker hete motorolie naar Robson Square. Bovenaan de trappen van het Museum for Modern Art zitten. Kijken. Slurpen. Wakker en warm worden. Robson Street. Glanzende deur met glanzende deurklink openen. Becky’s Breakfast Corner. Plaatsje bij het raam aan de straatkant. Eén continental breakfast met eggs en toast, één. Another bottomless cup of coffee.
- You want a refill, sir?
- Hell, yeah. I’d take a refill till the day i die if i could.
Eten tot ik barst. Wandelingetje langs de waterkant. Gluren naar wild fotograferende japanners die een wansmakelijk dure cruise-reis besteld hebben. Bankje zoeken. Lezen. Ander bankje zoeken. De meeuwen koekjeskruimels geven (dat mag niet).
- Excuse me sir, do you know where Johnson Street is?
- Oh i’m sorry, i’m just visiting. But if you follow the sun, you’ll probably end up somewhere nice…
Wellicht enigszins verwante berichten:
1 reactie
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
Klinkt als geslaagde integratie.