Brak
en dan komt gij uit bed
met alleen een onderlijfke aan
mijn onderlijfke
veel te strak
veel te klein
en ik ruik de stoom en de olijfolie en de slagroom
en ge komt bij me zitten
en ge pikt mijn tas koffie
en ge neemt een slokske en verder laat ge ze koud worden
maar ik vind het niet erg
want ge legt uw hoofd tegen mijn schouder
en ge spint en ge ronkt
en mijn koppijn gaat over
en mijn krampen gaan weg
en dan denk ik
fuck
het is allemaal maar om te lachen
Dit is een fragment uit Alleen, gepubliceerd in het zomernummer van De Brakke Hond, driemaandelijks literair tijdschrift met neus. Ik schreef deze tekst naar aanleiding van een reeks gebeurtenissen die niet onmiddellijk met elkaar in verband konden gebracht worden, maar die me wel gedurende een lange periode hebben beziggehouden. In die zin was de tekst – toen – voor mezelf een soort afsluitend hoofdstuk.
U kan De Brakke Hond online lezen, of als u liever papier beroert dan een klavier, kan u ook naar de boekhandel stappen. Zo komt u ook nog eens buiten.
Nog geen verwante berichten...
Nog geen reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.