Brak

en dan komt gij uit bed
met alleen een onder­lijf­ke aan
mijn onder­lijf­ke
veel te strak
veel te klein
en ik ruik de stoom en de olijf­olie en de slag­room
en ge komt bij me zit­ten
en ge pikt mijn tas kof­fie
en ge neemt een sloks­ke en ver­der laat ge ze koud wor­den
maar ik vind het niet erg
want ge legt uw hoofd tegen mijn schou­der
en ge spint en ge ronkt
en mijn kop­pijn gaat over
en mijn kram­pen gaan weg
en dan denk ik
fuck
het is alle­maal maar om te lachen

Dit is een frag­ment uit Alleen, gepu­bli­ceerd in het zomer­num­mer van De Brak­ke Hond, drie­maan­de­lijks lite­rair tijd­schrift met neus. Ik schreef deze tekst naar aan­lei­ding van een reeks gebeur­te­nis­sen die niet onmid­del­lijk met elkaar in ver­band kon­den gebracht wor­den, maar die me wel gedu­ren­de een lan­ge peri­o­de heb­ben bezig­ge­hou­den. In die zin was de tekst – toen – voor mezelf een soort afslui­tend hoofd­stuk.

U kan De Brak­ke Hond onli­ne lezen, of als u lie­ver papier beroert dan een kla­vier, kan u ook naar de boek­han­del stap­pen. Zo komt u ook nog eens bui­ten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *