Gat

Ik heb een gat in mijn broek. Dat wist ik wel, maar eer­gis­te­ren was ik het even ver­ge­ten. Ik had de broek een tijd gele­den ergens neer­ge­legd, en vaag het plan opge­vat om ooit iets te doen aan het gat. Maar eer­gis­te­ren ver­gat ik dat dus even. Ik ver­gat dat er in mijn broek een gat zat op de hoog­te van mijn – euh – gat. Een gat met een door­snee van onge­veer drie cen­ti­me­ter waar­door mijn lin­ker­bil en de rand van mijn onder­broek zicht­baar wer­den. Ik pro­beer altijd de rest van de wereld de loef af te ste­ken wat betreft gekleurd onder­goed, en u mag gerust weten dat het gat in mijn broek eer­gis­te­ren een kont ten­toon­stel­de die leek te sup­por­te­ren voor één of ande­re zuid‐amerikaanse voet­bal­ploeg. Ik heb ver­der totaal niks met voet­bal, dat mag u ook weten. Wat u ver­der nog mag weten, is dat ik eer­gis­te­ren die lin­ker­bil aan mijn collega’s op het werk heb getoond, maar ook aan de mevrouw van de brood­jes­bar en aan het vol­tal­li­ge Fnac‐cliënteel. Ik heb mijn lin­ker­bil aan de vol­le­di­ge twee­de rij van links aan de kassa’s van de Col­ruyt laten zien en aan het ver­ve­len­de buur­meis­je dat mijn kat stee­vast Streep­je noemt. Ik deed het vol­ko­men onbe­wust. Dat mag u niet ver­ge­ten, want mijn buur­meis­je is een jaar of tien en ik wil niet beticht wor­den van exhi­bi­ti­o­nis­me.

Alhoe­wel. Toen ik ’s mid­dags over het Ladeu­ze­plein struin­de, pas­seer­de ik een stuk of twin­tig rond­bor­sti­ge eer­ste­jaars­stu­den­tes in de zon, die daar waren samen­ge­troept voor acti­vi­tei­ten waar alleen rond­bor­sti­ge eer­ste­jaars­stu­den­tes zich mee onle­dig hou­den, zoals daar zijn: in de zon zit­ten en glim­la­chen naar nit­wits om hen het hoofd op hol te bren­gen. Nit­wits zoals ik, dat spreekt van­zelf.

Nu eer­gis­te­ren voor­bij is, moet ik glim­la­chen om het feit dat mijn lin­ker­bil geen hoofd heeft om op hol te bren­gen. Mijn hoofd was dan mis­schien aar­dig onder­ste­bo­ven van het rond­bor­sti­ge schouw­spel, maar mijn kont heeft op dat moment aar­dig van zich afge­be­ten. Heel even was mijn kont de ver­per­soon­lij­king van het ada­gio de vij­and met zijn eigen wapens bestrij­den. Al zul­len die eer­ste­jaars­stu­den­tes er waar­schijn­lijk anders over den­ken.

Maar dat zal mijn kont ver­der com­pleet worst wezen (Pun not inten­ded).

9 reacties

  1. Jozef schreef:

    Uw kont lijkt me alles­zins wel een boei­en­der leven te heb­ben dan som­mi­ge men­sen rond­om ons. Namen noe­men laat ik aan u over.

  2. Yuri schreef:

    Mijn kont dankt u.
    Al zou ik niet weten wiens naam ik zou moe­ten noe­men…

  3. Zezunja schreef:

    Mis­schien roept het buur­meis­je niet je kat, maar je kont.

  4. Yuri schreef:

    Woe­ha­ha­ha!
    En wel­licht is zij omge­keerd pedo­fiel.

  5. jt schreef:

    Doet me pre­cies wat den­ken aan al die priesters‐leraars die zeer toe­val­lig per abuis altijd hun gulp lie­ten open­staan. Ven­ti­al­tie leidt tot con­ster­na­tie.

  6. Yuri schreef:

    Haha. Zo heb ik er inder­daad ook ooit een­tje gekend. Maar geluk­kig zit­ten er in de nach­te­lij­ke klas­lo­ka­len van mijn hui­di­ge droom­we­reld meer eer­ste­jaars­stu­den­tes dan priester‐leraars.

  7. bbeeeeee schreef:

    mijn kont stinkt ook dat wou ik ff kwijt

  8. ons moe schreef:

    oudere­pe­do­fie­lie, bestaat dat ook ,

  9. ons moe schreef:

    ik ben laatst las­tig­ge­val­len door een per­soon ;weet iemand waar hij woont ik ben zo jong niet meer ‚en alles is wel­kom ‚of is dat seni­o­ren­fe­de­fo­lie , tja dan moet het maar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *