Mijn vriend Lama (1)
Ik ben verre familie van de Dalai Lama. Mijn overgrootvader heeft ooit een slippertje gemaakt op een zomerse kermis-avond met de Tibetaanse nicht van zijn buurvrouw. Het meisje was minderjarig en het schandaal werd doodgezwegen, uit schrik voor de toorn gods die de pastoor wekelijks over zijn parochianen wilde doen nederdalen. Het arme kind werd stante pede gerepatrieerd en baarde negen maanden later een gezonde zoon. De rest is geschiedenis.
Ik heb sindsdien een aangename schriftelijke correspondentie opgebouwd met de Dalai en bij tijd en wijlen hangen we wel eens aan de telefoon. Het Tibetaanse elftal stelt niks voor, dus over voetbal wordt niet gesproken. Toen de Dalai onlangs plannen maakte om naar ons land af te reizen om in het Antwerpse Sportpaleis een resem heidense maar idolate fans toe te spreken, heb ik zonder aarzelen naar de telefoon gegrepen. De gsm van de Dalai Lama is uitgerust met allerlei hippe popdeuntjes, maar hij is de gebruiksaanwijzing kwijt, en zit al maanden opgescheept met iets van de Sugababes. Doch dit terzijde. Ik vertelde hem over het drukke vlaamse verkeer, de lelijke ministers, de mooie maar oneindig domme omroepsters en de steeds terugkerende stroompannes in grote steden. Ik vertelde hem ook hoe enkele jaren geleden tijdens een storm een deel van het dak van het Sportpaleis was weggewaaid, en toen had ie plots geen zin meer om te komen. En dat is wellicht maar goed ook. De arme man zou waarschijnlijk door acht op tien van onze landgenoten voor een terrorist aanzien worden, en dat is niet erg handig als je een mensenzee wil toespreken over hoe je noedels in looksaus moet bereiden.
Wellicht enigszins verwante berichten:
7 reacties
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
U bent een sufferd!
ik heb al veel belachelijke dingen gelezen maar dit scoort hoog; ik kan enkel mededogen voelen voor triestige geest.
En dan vraag ik me – als triestige geest – natuurlijk af:
Waarom léést iemand eigenlijk veel belachelijke dingen?
Knarf. Er zijn niet veel namen die zo wansmakelijk klinken achterstevoren. Proficiat daarvoor.
Gnahaha. Dat werkt erg relativerend.
Toch mooi dat wat sommigen belachelijk vinden, door anderen (=ondergetekende) brilliant wordt gevonden. Mooi.
Meneer Noynourfe, dank voor uw compliment.
U heeft werkelijk een exquise smaak.