Beter laat dan nooit

Een jaar gele­den onge­veer bel­de ik met mijn lief. Eén dag­je voor ik haar amster­dam­se stulp met een wel­ver­diend bezoek­je zou ver­e­ren, meld­de ze me dat er al nieu­we lakens op het bed lagen. Dat kader­de in een uit­ge­kiend olfac­to­risch plan om het bed toch dat fris­se gevoel van scho­ne lakens te geven, maar tege­lij­ker­tijd ook die sen­sa­tie van besla­pen­heid. De nacht voor­af­gaan­de­lijk aan mijn komst, zou ze het bed name­lijk op enthou­si­as­te wij­ze van een onge­kend lij­fe­lijk aro­ma voor­zien. Een dag later zou ik dan blij kun­nen weg­zak­ken in een cock­tail van fris­se lakens en de zoe­te lijf­ge­ur waar ik zo van hou. Het was toen dat het me begon te dagen dat ik de vrouw van mijn dro­men had gevon­den.
Beter laat dan nooit.

Vijf jaar gele­den onge­veer bel­de ik in een droom met mijn hui­dig lief. Ik wist toen nog niet dat de dame uit mijn droom ooit mijn lief zou wor­den, maar het was wel typisch zo’n droom waar­van je ver­moedt dat er meer ach­ter zit. En in die droom bel­de ik dus met haar. Zij bel­de mij, want ik haat tele­fo­ne­ren. Ze vroeg of ik zin had in een kop­je kof­fie. Dat had ik. Toen spra­ken we gelijk af in een café vijf jaar later. De rest is geschie­de­nis. Ten­min­ste, dat ver­moed ik. Want toen ik ’s och­tends wak­ker werd, kon ik mij de droom niet meer her­in­ne­ren. Toen stond ik op.
Beter laat dan nooit.

Tien jaar gele­den onge­veer bel­de ik met mijn toen­ma­lig lief. Ze was kwaad omdat ik maar weer niet hard genoeg had gestu­deerd. Ik vond dat ze zich daar niet mee te moei­en had en haak­te in. Om mijn hoofd in de wind te zet­ten, ging ik wat wan­de­len. Ik kwam langs het sta­ti­on en ging op een bank­je naar de trei­nen zit­ten kij­ken. Ik voel­de me rot en ellen­dig, zoals pril­le twin­ti­gers zich uiter­ma­te rot en ellen­dig kun­nen voe­len. Er gaap­te een gro­te leeg­te in mijn hoofd, die ik maar niet opge­vuld kreeg. Er stop­te een trein. Een boe­mel­trein. Er stap­te een meis­je van de trein met dreads en een flit­send groen kof­fer­tje en een hart vol war­me din­gen. Ik ken­de haar niet, maar ik voel­de wel iets weg­glij­den. Een toen­ma­li­ge frank. Door de leeg­te in mijn hoofd duur­de het onge­veer tien jaar voor ik de frank hoor­de val­len.
Beter laat dan nooit.

Boven­staands is een vrij­e­lijk geïn­ter­pre­teerd stok­je dat Meneer Drup­pels mij toe­wierp. Stok­jes stin­ken, dus ik gooi het rot­ding weer ver­der in de rich­ting van Bri­git­ta, Debo­rah en Cyn­thia, drie dames die met hun weblog de maat­schap­pe­lij­ke stig­ma­ti­se­ring en onjuis­te waan­beel­den omtrent beken­de dames trach­ten te miti­ge­ren.

1 reactie

  1. vhike schreef:

    mooi ver­woord !
    en dat voor deze nat­te len­te zon‐dag
    grts
    vhi­ke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *