Lief­ste (020)

Mijn paral­lel­lo­gram zag er exact zo uit als de jou­we. Dat was voor de mees­ter het ultie­me bewijs dat ik had gespiekt. Dat klopt natuur­lijk niet hele­maal. Ik gluur­de dan mis­schien heel even naar jouw toets­blaad­je, maar dat had zo zijn rede­nen. Ik krijg name­lijk maar niet genoeg van je beto­ve­ren­de hand­schrift. Ik word aam­bor­stig als ik de krul­len van je j’s en g’s over het blad zie rol­len. De let­ters uit mijn pen ver­wor­den tot een soort ersatz-kalligrafie in ver­ge­lij­king met de wulp­se lij­nen en let­ters die jij op je blaad­je plempt. Ik kan er uren naar glu­ren.
Mag dat?

Liefs, Wan­nes

Lief­ste xxx? Hier vind je meer uit­leg.
Deze keer deed ik het met een paral­lel­lo­gram, ersatz en aam­bor­stig.
(Nieu­we woor­den graag in reac­tie­din­ges)

18 reacties

  1. Drs. Johan Arendt Happolati schreef:

    Heer Yuri,
    U hebt het wel erg zit­ten. Ver­liefd wor­den op het hand­schrift van je vrien­din­ne­tje lijkt mij een erg leu­ke vorm van waan­zin.

  2. Zezunja schreef:

    ggggggg
    jjj­j­j­j­j­j­j­j­jj

  3. tomasz schreef:

    pro­fi­ci­at met je twin­tig­ste bore­ling!

    pro­beer je vol­gen­de keer iets met ’came­ra­jour­na­list’?
    (gnig­nig­ni)

  4. Dit is een zeer her­ken­ba­re zaak. Dat men­sen soms zon­der asem komen te val­len bij het aan­schou­wen van een hand­schrift. Zelf heb ik een name­lijk ook een uiterst ver­sla­vend hand­schrift. Vrou­we­lij­ke loket­be­dien­den hap­pen als vis­sen naar adem als ik weer eens onder hun smach­ten­de blik mijn hand­te­ke­ning met gevat­te zwier aan één of ander docu­ment toe­ver­trouw. Velen onder hen moe­ten zuur­stof wor­den toe­ge­diend na mijn sta­ti­ge hand­ma­ti­ge plicht­ple­ging. Soms nemen zij mijn hand en kij­ken mij ver­lan­gend aan. Ik dien hen dik­wijls teleur te stel­len want loket­be­dien­den zijn zel­den koket. Als ik bui­ten­ech­te­lijk een wijf buf­fel dan moet het immers de moei­te zijn. Mocht ik mijn aan­ge­bo­ren gave finan­ci­eel wil­len uit­bui­ten dan was mijn hand­schrift elke week ver­huurd aan van die muf­fe vrij­ge­zel­len die gei­len op loket­be­dien­den. Van die los­ers die nim­mer aan een wijf zul­len gera­ken omdat ze afsto­te­lijk zijn (smout in hun oren en snot­te­kal­len uit hun neus) en omdat ze hun lom­pe lelijk­heid geens­zins kal­li­gra­fisch weten te com­pen­se­ren.

  5. Ik ben al mijn hele leven op zoek naar een lyri­sche brief waar­in de woor­den ’alli­te­ra­tie’, ’geur­blind­heid’ en ’broe­der­con­gre­ga­tie’ tot lief­rij­ke ont­boe­ze­min­gen lei­den.

  6. Yuri schreef:

    Bes­te urbai­nal­pain met het mooie hand­schrift en de kal­li­gra­fisch getin­te buf­fel­melk als­me­de alle ande­re vrien­de­lij­ke en met een gou­den pen behep­te rea­geurs die ondanks hun zin voor esthe­tiek en boven-gemiddeld intelligentie-quotiënt er toch steeds weer in sla­gen mijn gebruiks­aan­wij­zing niet te lezen; ik ga het nog één keer zeg­gen en daar­na trek ik mij terug op de Balea­ren:

    Elke brief die ik schrijf, moet drie ver­plicht te gebrui­ken woor­den bevat­ten. Die woor­den wor­den door jul­lie aan­ge­le­verd (tel­kens EENTJE PER LEZER, graag).

  7. Noynourfe schreef:

    Ah, zie ik daar een kort lont­je? Jawel! Een echt, real life kort lont­je.

  8. Drs. Johan Arendt Happolati schreef:

    Lief­ste,
    Tot mijn spijt moet ik je mel­den dat mijn geur­blind­heid hand over hand toe­neemt. Eer­lang zal ik dus je gelief­de par­fum niet meer kun­nen detec­te­ren. Toen ik nog novi­ce was in de broe­der­con­gre­ga­tie van de Onze-Lieve-Vrouw van de Eeu­wi­ge Red­ding is mij dit ook al eens over­ko­men, maar toen was dit onge­twij­feld een aller­gi­sche reac­tie mijns lichaams voor al die katho­lie­ke geur­tjes waar­me­de broe­ders en zus­ters zich omga­ven. Mijn goe­de huis­dok­ter zegt mij dat de visu­e­le con­fron­ta­tie met het gelief­de wezen soms zo over­wel­di­gend kan zijn dat de pati­ënt (ik dus) ten prooi valt aan een zeke­re sen­so­ri­sche over­be­las­ting. Om het maar met een alli­te­ra­tie te zeg­gen: je aan­we­zig­heid is mij een ono­ver­ko­me­lij­ke over­stel­ping.
    Liefs,
    Johan

    (Heer Yuri, ik heb even uw taak over­ge­no­men, want ik heb bemerkt dat u over uw toe­ren raakt.)

  9. Noynourfe schreef:

    Lief­ste,

    Zijn alle heren om U heen dan geplaagd door geur­blind­heid? Waar­om zwer­men zij nie­tin drom­men, gelijk honing­bij­tjes, om u heen, op zoek naar de bron die deze lief­lij­ke lucht van aard­bei­tjes en kanee­lijs ver­spreidt?
    En niet alleen mijn neus, ook mijn lip­pen laven zich aan u. Laatst in een con­fo­ca­tie van de broe­der­con­gre­ga­tie is mij de wacht aan­ge­zegd. ”Zwijg of keer ons de rug toe”.
    Maar zwij­gen over u kan ik niet. En het is o zo veel meer dan een alli­te­ra­tie als ik u noem, mijn lief­ste lelie­bloem.

    (Heer Yuri, een poging uw lont­je uit te plas­sen. Het is voor­waar een stren­ge regel, 1 woord per per­soon. Streng doch recht­vaar­dig.)

  10. Drs. Johan Arendt Happolati schreef:

    Heer Noy­nour­fe,
    Ik was wel eerst !

  11. Yuri schreef:

    Jon­gens, heren, schrij­vers!
    (Ik begreep eerst niet wat een lont­je was, doch dit ter­zij­de.)
    Len­te­fris­se ril­lin­gen glij­den langs mijn rug­ge­graat bij het lezen van zul­ke geïn­spi­reer­de amou­reu­ze lieftui­tin­gen.
    Ik stel voor dat ik de heer Alpain even woord­spe­lend kort­wiek en van zijn voor­ge­stel­de drie­luik het aan­ge­naam ade­men­de amen­de­ment ’alli­te­ra­tie’ in slag­or­de stel, en dat we de heer Noy­nour­fe als­me­de de heer Hap­pol­la­ti bij deze als olij­ke opvol­gers dood­ver­ven, moest het gebeu­ren dat ik ooit de lief­des­brie­ven­pijp aan Maar­ten schenk.
    Zover is het natuur­lijk nog lang niet – ik ga voor de hon­derd – maar intus­sen beschouw ik uw bei­der ver­dien­ste­lij­ke pogin­gen als een onver­ge­te­lijk com­pli­ment. Waar­voor dank!

  12. Het is me wat met al die ersatz­ver­ha­len! En je zult het nooit anders zien maar de eni­ge man waar­van je in deze eni­ge heil ver­wacht haalt er de maan­zand­co­de bij! Heer Maan­zand, regels zijn er om uw klo­ten aan te vegen. Door­breek een tra­di­tie, spring op de kar en gesel de paar­den. Maan ze aan tot spoed doch geef hen regel­ma­tig te drin­ken. Uw doel is de broe­der­con­gre­ga­tie van Haro­ni­mo­ti­mo. Daar waar Agnes Vlieg­he via haar uit­heem­se sire­nege­luid het mens­dom lokt. Haar wuf­te weeë walm is con­fron­te­rend en staat haaks op haar idy­lisch enge­len­ge­zang. U zult haar omzich­tig bena­de­ren en voor het schrijn van Haro­ni­mo­ti­mo op uw knie­ën val­len. Bid­dend om geur­blind­heid. Een omge­keerd Lour­des. U zult geen kaar­sen ont­ste­ken van­we­ge uw angts voor het vuur. En dan nu een vleug­je poly­fo­nie!

  13. Noynourfe schreef:

    Geach­te heer Drs. Johan Arendt Hap­po­la­ti,

    Laat daar geen twij­fel over bestaan: U was zeker eerst! Moet ik ook over uw lont­je plas­sen? Ik had wer­ke­lijk geen kwaad in de zin, ik was gein­spi­reerd maar niet zo snel als U.

    Hoog­ach­tend,

  14. tomasz schreef:

    Heer Urbain met het mooie hand­schrift
    stel u gerust: de regels zijn gebro­ken (ik hou me in, geen flau­we mop­pen nu) en zou het niet véél min­der leuk zijn als Heer Yuri u niet op de vin­gers zou tik­ken? U hebt trou­wens twee schalk­se rui­ters over­haald tot even zo zeer onge­brui­ke­lij­ke daden. Ver­heugt u dus en schenkt de bekers vol: het is, zoals altijd, tijd voor feest!

  15. David schreef:

    mijn voor­stel om de sleur eens vol­le­dig te bre­ken is een gedicht, vol­le­dig in het Hip­pop­po­liets te schrij­ven.
    Dat geeft weer eens wat anders, en zo prik­ke­len we de cre­a­ti­vi­teit van de lezer…

  16. Yuri schreef:

    Euh.
    Ja.
    Maar.
    Wat is Hip­pop­po­liets?
    Of moet ik vra­gen:
    Wie is Hip­pop­po­liet?

  17. urbainalpain schreef:

    Mis­schien een soort hemel­li­chaam.
    Of zo’n stel­ling waar­op je geen enke­le vak­man krijgt.
    Dat er dan gesteld wordt: U zijt wel­lekomen…
    En dat ze dan met een schop toch weer huis­waarts wor­den gestuurd.
    Zoals onlangs… in Zwit­ser­land… land van koei­e­bel­len en koe­koeks­klok­ken.

  18. Drs. Johan Arendt Happolati schreef:

    Hip­pop­po­liets:
    Dode, iet­wat gekun­stel­de schrijf­taal, geken­merkt door stijl­vol, edoch oubol­lig (archa­ïsch) taal­ge­bruik; voor­naam, zel­den of nooit obsceen, over­dre­ven inne­mend en char­mant, bemin­ne­lijk, fideel, koket, hof­fe­lijk, voor­ko­mend, beleefd, beschaafd en galant, goed­aar­dig, zacht­aar­dig, de con­fron­ta­tie mij­dend, inschik­ke­lijk, min­zaam, lank­moe­dig, goe­der­tie­ren, zacht­aar­dig.
    Kort­om: die zich ervan bedient is onge­vaar­lijk en aan­ge­naam in de omgang…

    Wat mij betreft, ik ben – Gode zij dank – goed gezond en heb de eer te zijn,
    Uw onder­da­ni­ge die­naar,
    Drs. Johan Arendt Hap­po­la­ti
    (bij­voor­beeld…)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *