De mor­gen stond

Van sche­me­ring tot slaap­dron­ken nog
Van stuks­ke krant met een baks­ke troost en
Van dat het daghet in den oos­ten
Zo stond de mor­gen

Van och­tend­kak tot war­me bak­ker
Van het och­tend­licht met zach­te gloed en
Van wat die gloed met uw ogen doet
Zo stond de mor­gen

Van zwij­gen tot­dat het goud wordt
Van zelf de zon zien komen en
Van den­ken hoe blij bomen zijn
Zo stond de mor­gen

Van­zelf wach­ten op de dag, de dag
Van­daag de dag van dag hey hoe­wist? en
Van­mor­gen stond gij al te blin­ken
Zo blinkt gij de mor­gen­stond

1 reactie

  1. ge zoudt er prompt van wil­len dat die mor­gen ’ns een keer­tje weer gewoon gaat lig­gen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *