Handleiding tot het absurde: Hoe een temporele loop te creëren

A. Beno­digd­he­den

1. Tijd, veel tijd.
2. Een onver­slijt­ba­re wek­ker.
3. Col­le­ga’s, vrien­den en/of een part­ner met veel geduld.

B. Voor­be­rei­ding

1. Stel de onver­slijt­ba­re wek­ker in op half acht.
2. Ga sla­pen.

C. Wel­aan dan!

1. Sta op om half acht met behulp van de onver­slijt­ba­re wek­ker. Poets de tan­den, was, plas.
2. Smeer enke­le boter­ham­men of ont­vreemd een wei­nig yog­hurt uit de koel­kast.
3. Ont­bijt ter­wijl u mij­me­rend uit het raam staart.
4. (Als u vrij­ge­zel bent, ga door naar punt 5.) Als uw part­ner vraagt wat er scheelt, mom­pel dan bin­nens­monds enke­le cli­chés zoals «Same shit, dif­fe­rent day» of «Och, ’t is ook altijd het­zelf­de»
5. Slurp luid en lang­du­rig aan uw kof­fie. Doe dit niet te snel, zodat uw kof­fie zeker afge­koeld is voor u hem op hebt.
6. (Als u werk­loos bent, ga door naar punt 8.) Ver­trek naar uw werk op de voor u gebrui­ke­lij­ke manier. Neem een omweg en even­tu­eel een extra file. Ver­tel op uw werk dat u te laat bent omdat u geen reden had om op tijd te komen.
7. Beant­woord elke vraag of opmer­king van uw collega’s met een die­pe zucht. Neem om onge­veer 11 uur een lan­ge pau­ze en ga naar bui­ten.
8. Struin, wan­del en pala­ver door de stad en bekijk intens elke eta­la­ge die u op uw doel­lo­ze pad tegen­komt.
9. Eet geen mid­dag­maal, maar pro­beer op ter­ras­jes rest­jes te bemach­ti­gen.
10. Her­haal punt 8 tot zons­on­der­gang.
11. Ga naar huis, ga in de zetel han­gen en zet de tele­vi­sie aan. Zet het geluid zo zacht moge­lijk. (Als uw even­tu­e­le part­ner opmer­kin­gen maakt, beant­woord die dan met de die­pe zuch­ten die u op uw werk reeds gebruik­te dan wel met opmer­kin­gen zoals daar zijn: «Er is toch niks op tee­vee» of «Kan een mens dan nooit es op zijn gemak relaxen?»
12. Sla het avond­maal over (ook als het klaarstaat) en stil uw hon­ger met rest­jes, koek­jes en kof­fie.
13. Ga omstreeks mid­der­nacht aan de straat­kant van uw woning op de dor­pel zit­ten en her­haal het mij­me­ren uit punt 3.
14. Bel – vanop de dor­pel – enke­le vrien­den op en beklaag de sleur van uw leven. Als uw vrien­den met goe­de raad komen aan­dra­ven, zeg dan dat ge in momen­ten van mise­rie god­ver­dom­me te weten komt wie uw ech­te vrien­den zijn.
15. Sluit de dag af met het gedicht dat u hier­on­der vindt. Draag het luid­ruch­tig enke­le tien­tal­len malen voor en trek u niets aan van opmer­kin­gen die uw buren u des­ge­val­lend uit hun slaap­ka­mer­raam toe­wer­pen.
16. Kruip met kle­ren aan in uw bed, en stel de onver­slijt­ba­re wek­ker in op half acht. Als uw even­tu­e­le bed­part­ner in laat­ste instan­tie nog een goed gesprek wenst aan te wak­ke­ren, zeg dan dat u zich niet zo goed voelt maar dat het mor­gen wel beter zal gaan.
17. Slaap maar droom hef­tig over dure spul­len die u niet in huis heeft.
18. Begin weer bij punt 1 en her­haal het pro­ces tot u sterft aan onder­voe­ding dan wel gecol­lo­queerd wordt.

D. Gedicht voor een beet­je tijd

Ik ken een plek op deze wereld
Een plek met maar één gedicht
Niet eens zo’n bij­zon­der gedicht
Het rijmt bij­voor­beeld geen­eens

Maar ik hou van deze plek
Deze plek met maar één gedicht
En als ik lang genoeg door­ga
Wordt het gedicht weer licht

Als ik lang genoeg door­ga
Wordt ook de nacht weer licht
En in de och­tend zal ik zeg­gen
Jezus wat een kut­ge­dicht

[hand­lei­ding]

3 reacties

  1. Ràchie schreef:

    Mooi gedicht…

  2. hans schreef:

    Iemand last van een dip­je?

  3. Yuri schreef:

    Nee hoor. Waar­om?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *