Hier staat een boomke

A: Kijk es.
B: Hmm?
A: Hier staat een boom­ke.
B: Sor­ry?
A: Hier staat een boom­ke.
B: Oh.

B: Daar ook.
A: Hmm?
B: Daar staat ook een boom­ke.
A: Dat is een struik. Dat is geen boom­ke.
B: Ah ja. Ge hebt gelijk.

A: Wist ge dat ik even oud ben?
B: Even oud?
A: Even oud als dat boom­ke.
B: Echt waar?
A: Echt waar.
B: Hoe oud zijt gij dan?
A: Dat zeg ik just. Even oud als dat boom­ke.
B: Jamaar. Ik kan toch niet rie­ken hoe oud dat boom­ke is?
A: Nee dat is waar.

B: Dus? Hoe oud is dat boom­ke?
A: Oh par­don. Dat weet ik niet.
B: Oh.

B: Ver­ve­lend.
A: Ja.

A: Mis­schien moe­ten we de jaar­rin­gen tel­len.
B: Ah ja. Dat is een idee.
A: Dan moe­ten we het wel omkap­pen.
B: Zon­de.
A: Tja.

B: Maar aan de ande­re kant.

A: Wat?
B: Zo erg is dat niet. Daar staat nog een boom­ke.

A: Dat is geen boom­ke. Dat is een struik.
B: Ah ja. Par­don.

Noot: Het zin­ne­tje ’Hier staat een boom­ke’ schoot me te bin­nen op Biep‐tsjakka‐pek‐flomp‐wijze. Net zoals 10,6, weet u nog? Deze keer luis­ter­de ik naar Boom Bip.

2 reacties

  1. Sparce schreef:

    Daar komt bij, u kunt die boom wel omza­gen, maar als u het dan met een jaar of wat weer kwijt bent, wat dan?

  2. Jozef schreef:

    Och, hoe schoon! Meer valt daar niet over te zeg­gen. Dat het toch zo schoon is!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *