Mag dat?
A: Mag ik u tutoyeren?
B: Pardon?
A: Of ik u mag tutoyeren?
B: Mevrouw luister es, ik weet niet…
A: Of ik je mag zeggen
B: Hoe?
A: Of ik je en jij mag zeggen.
B: Of ge wat moogt zeggen?
A: Je. Tegen u.
B: Tegen mij.
A: Ja.
B: Wat dan?
A: Gewoon. Je en jij in plaats van u.
B: Maar wie bedoelt ge mevrouw?
A: Ik bedoel u meneer.
B: Ge bedoelt mij?
A: Ik bedoel u. Jij bedoel ik. Mag dat?
(stilte)
B: Dat mag. Gij moogt mij bedoelen.
1 reactie
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.
Ah, heerlijk! Dit riekt naar een meer-dan-avondvullend spektakel….