Leu­ven­se flik­ken zijn dom en bui­ten­dien gewe­ten­lo­ze oplich­ters

Ik schreef al wel eens eer­der over zij die in Leu­ven het vei­lig­heids­ge­voel in stand hou­den als waren wij allen mee­do­gen­lo­ze ter­ro­ris­ten. En al zijn mijn her­sen­spin­sels niet altijd hon­derd pro­cent op waar­heid gebouwd – zeg niet dat u nu uit de lucht valt als­tu­blief, toch zit er uiter­aard altijd een kern van oprecht­heid in. Maar dat wist u natuur­lijk ook al lan­ger dan van­daag. Haha­ha. Ik ben de meest onder­schat­te auto­bi­o­graaf in de wacht­ka­mer van mijn mul­ti­pe­le per­soon­lijk­he­den. Behal­ve Tama­ra, die heeft er natuur­lijk weer niks mee te maken.

Maar over de flik­ken dus. Laat ik es wat ver­tel­len dat niet ver­zon­nen en dus waar­heids­ge­wijs wel getrouw is. Eerst punt één. Hier­van zegt de titel van dit stuk­je niets omdat de titel anders te lang zou wor­den en dan barst uw fee­drea­der uit zijn voe­gen. Geen dank.

Punt één: Leu­ven­se flik­ken heb­ben lan­ge tenen, dat gelooft ge niet.

Ooit was ik – hon­der­den decen­nia gele­den – als job­stu­dent werk­zaam in één of ande­re pam­pier­fa­briek te Hever­lee. Het nacht­ploe­gen­sys­teem dat het inte­rim­bu­reau mij stie­kem in de maag had gesplitst, dwong me om naar het werk te rij­den op tijd­stip­pen dat ande­re men­sen nog vlug een durum­me­ke gaan ste­ken na een uit­put­ten­de kroe­gen­tocht. Ik sloeg dan dat durum­me­ke over en ver­trok – zon­der ont­bijt grom­mel grom­mel – in het holst van de och­tend naar mijn werk­ge­ver. Het was toen in die tij­den nog heel erg don­ker om vijf uur des och­tends, in tegen­stel­ling tot nu. Met al die kli­maat­op­lich­ting is het zel­den nog echt don­ker tegen­woor­dig. Al Gore sucks cocks in hell. Maar dat ter­zij­de. Boven­dien was het win­ter en dus koud.

Op een keer kwam ik – op weg naar mijn werk – een sta­ti­o­nai­re flik­ken­com­bi tegen. In films uit Amee­rie­ka zit­ten flik­ken in hun com­bi altijd chee­se­bur­gers te eten ter­wijl ze pra­ten over serie­ver­krach­ters met Sweet Home Ala­ba­ma op de radio. In het ech­te leven uit Bel­gië zit­ten flik­ken in hun com­bi uit hun neus te eten ter­wijl ze pra­ten over Wat zit er bij u op? met niks op de radio want flik­ken uit Bel­gië weten niks van muziek. Dat kon eigen­lijk ook nog in de titel. Soit. Ik zag die com­bi al van ver­re staan, en omdat ik zoals gewoon­lijk op een fiets reed zon­der licht en zon­der rem­men en zon­der noe­mens­waar­di­ge ban­den­span­ning en zon­der rub­be­ren hand­vat links aan het stuur (kou­houd ver­dom­me) en dus een echt hip­pe fiets zoals alleen fiet­sen hip kun­nen zijn – mer­de mijn zin­nen zijn soms zo lang dat ik alle neven­schik­kin­gen en opsom­min­gen en komma’s niet meer kan bij­hou­den tus­sen de bomen van de inter­punc­tie kom­ma. Waar was ik?

Ah ja, die com­bi die ik van ver­re zag staan. Van­uit mijn bodem­lo­ze res­pect voor al wat blauw is op straat, stap­te ik tien meter vóór de com­bi af om er schuld­be­wust en te voet langs door te snea­ken. Kin omhoog en flui­tend als­of mijn neus bloed­de, zoiets. Maar omdat Leu­ven­se flik­ken een krom­ge­bo­gen peeke tegen­woor­dig al voor mos­lim­ter­ro­rist ver­slij­ten (titel!), hiel­den ze mij tegen. Dat deden ze met een ver­ba­le opris­ping die zijn weer­ga onge­twij­feld niet ken­de, maar die ik nu – jam­mer­r­r­r­rr – allang ver­ge­ten ben. Wat wilt ge ook? Ik ben de leu­kerd hier, niet de flik­ken. Ze hiel­den mij staan­de en vroe­gen aller­lei stomp­zin­ni­ge flik­ken­vra­gen die alleen flik­ken kun­nen stel­len. Zoals daar zijn:

Waar moe­de­gij zo laat nog naar toe man­ne­ke?
Ah ja. En waar werk­de­gij dan, baze­ke?
En ver­dien­de­gij dan nie­ge­noeg voor ne nieu­we fiets, mate­ke?
En zij­de­gij niet de red­der van het vader­land, name­lijk de breed­ge­schou­der­de en in alle uit­hoe­ken van de poë­zie bewie­rook­te Wan­nes Dae­men, ket?

Die laat­ste vraag heb­ben ze niet echt gesteld – zo elo­quent zijn ze nu ook weer niet – maar ik kan u ver­ze­ke­ren dat de baze­kes en de mate­kes mij om de half bevro­ren oren vlo­gen. Om een lang ver­haal net dat tik­kel­tje kor­ter te maken: ik kreeg een waar­schu­wing. Ik moest mijn pas­poort afge­ven – dat schre­ven ze hele­maal over op één van hun nènè­nè­nè­nè stom­me kut­for­mu­lier­kes – en daar­mee was de kous af. En zie­da­det nie­meer gebeurt hè mate­ke! Geër­gerd door hun klei­ne­rend gedoe en de nach­te­lij­ke win­ter­kou, ont­snap­te mij op het moment dat ik mijn weg ver­der zet­te een legen­da­ri­sche zin­sne­de die mijn lot voor eeu­wig en altijd en op zijn minst tien minu­ten in een vol­strekt onver­wach­te rich­ting duw­de.

Bedankt, dames.

U begrijpt dat de neus­eten­de blauw­hel­mi­ge man­ne­tjes­put­ters in hun homo­mo­biel daar niet mee opge­zet waren. Ze wer­den kwaad, en dat mocht ik weten ook. Ik moest mee­ko­men in hun com­bi alwaar ik een bekeu­ring kreeg voor elk ille­gaal detail aan mijn fiets én een waar­schu­wing voor smaad of zoiets. Twee mon­kel­la­chen­de rand­de­bie­len in de ach­ter­bak van een cami­on­net­te­ke zijn géén gezel­lig gezel­schap, merk mijn woor­den. En toen moest ik dus nog naar mijn werk fiet­sen om acht uur lang aan een lopen­de band fol­der­kes in dozen te ste­ken. Ik baal­de zoals Ste­ve Fos­sett laatst baal­de toen hij met een lege brand­stof­tank het lucht­ruim boven Neva­da bin­nen­vloog.

En daar­om heb­ben Leu­ven­se flik­ken lan­ge tenen, dat gelooft ge niet.

Punt twee: Leu­ven­se flik­ken zijn dom, dat gelooft ge niet.

Bewijs­stuk één, edel­acht­ba­re. Ik wan­del­de ooit met mijn fiets aan de hand over de bond­ge­no­ten­laan omdat het zomer­avond was en warm en ik geen zin had om te fiet­sen maar wel om te strui­nen met mijn fiets aan de hand, dus te voet en dat ik niet aan het fiet­sen was. Ont­hou uit de laat­ste zin voor­al dat ik te voet was en dat ik mijn fiets aan de hand had en dus niet dat ik aan het fiet­sen was, want dat was ik niet. Uit de tegen­over­ge­stel­de rich­ting kwam een vrou­we­lij­ke agent aan­ge­wag­geld. Ik ver­meld erbij dat het een dame was, niet uit bevoor­oor­deeld chau­vi­nis­me, maar omdat ik zeker wist dat ik deze agent bij een even­tu­e­le con­fron­ta­tie zon­der schroom met dame zou kun­nen aan­spre­ken. Toen de blau­we geschelp­te gezags­dra­ger mij bij­na pas­seer­de, keek ze wenk­brauw­fron­send naar mijn voor­licht en sprak toen een hal­ve zin die ik nooit meer zal ver­ge­ten, al ga ik hon­derd keer dood. Ik her­haal even voor alle zeker­heid dat ik te voet was en dus niet aan het fiet­sen. U ziet het voor u? Goed zo. Komt-ie:

Meneer, zou­de­gij nie­ne­keer uw licht a… oh par­don excu­seer laat­zit­ten.

Bewijs­stuk twee, edel­acht­ba­re. Zezun­ja en ik par­keer­den onlangs ons bei­der twee­wie­ler in een fiet­sen­rek­kie in de buurt van het Leu­ven­se sta­ti­on. Toen ik vier dagen later die fiet­sen wil­de gaan oppik­ken, was heel het fiet­sen­rek­kie leeg en stond er een bord­je waar­uit bleek dat het op die dag niet was toe­ge­staan om uw vehi­kel in dat rek­kie te zet­ten van 8 uur ’s mor­gens tot zoveel uur ’s avonds. Dat bord­je stond er uiter­aard vier dagen eer­der nog niet, dan had­den wij onze fiets wel elders gezet niet­waar. Met een gevoel van ze gaan mij nu toch ienie­mie­nie­mil­jaar­de niet weer heb­ben zeker, de gewe­ten­lo­ze lul­de­be­han­gers? trok ik – te voet ver­dom­me – naar het flik­ken­bu­ro om mijn gevoeg te doen. Ik bedoel mijn beklag natuur­lijk, maar mijn gevoeg had er meer zin in dan mijn beklag. In het hol van de leeuw aan­ge­ko­men kreeg ik een kopie­tje in mijn han­den geduwd met daar­op de adres­ge­ge­vens en ope­nings­uren van het Leu­ven­se fiet­sen­de­pot, alwaar ik mijn voer­tuig zou mogen opha­len. Dat mocht ik hele­maal zelf doen en daar zou ver­der nie­mand mij mee hel­pen, zeker de flik­ken uit het hol van de leeuw niet. De gea­gi­teer­de maar dap­pe­re dis­cus­sie die ik toen wil­de aan­gaan, werd in de kiem gesmoord door de blau­we geschelp­te en vrou­we­lij­ke – ik kan het ook niet hel­pen – gezags­dra­ger aan de ande­re kant van de balie. Zij ver­stoor­de mijn geloof in de mens­heid met een fra­se die zijn gelij­ke niet kent, behal­ve dan in de prul­len­mand van de sce­na­rio­schrij­ver van FC De Fok­king Kam­pi­oe­nen:

Jamaar meneer, die fiet­sen­rek­ken die­nen niet om uw fiets een week in te stoc­ke­ren, he!

U begrijpt mijn gevolg­trek­king: Leu­ven­se flik­ken zijn dom, dat gelooft ge niet.

Punt drie: Leu­ven­se flik­ken zijn gewe­ten­lo­ze oplich­ters, dat gelooft ge niet.

Toen Zezun­ja en ik enke­le dagen later – te voet ver­dom­me – naar het Leu­ven­se fiet­sen­de­pot trok­ken om onze teer­ge­lief­de meta­len ros­sen terug te vor­de­ren, ble­ken de Leu­ven­se flik­ken ook nog eens gewe­ten­lo­ze oplich­ters te zijn, dat gelooft ge niet. Maar dat zei ik al, dat gelooft ge wel. In het depot was een groe­ze­lig kan­toor­tje met veel te veel asbest en een amb­te­na­ren­stank die jaren­lan­ge papier­schim­mel en zitvlak-vegetatie deed ver­moe­den. Daar moesten wij voor een blau­we geschelp­te – en onge­twij­feld stie­kem kar­re­vrach­ten donuts bul­ken­de – gezags­dra­ger ons ver­haal doen. Deze keer was het geen vrouw, maar een soort van man. Hij vroeg ons onze fiet­sen te beschrij­ven zodat hij ach­ter­af kon con­tro­le­ren of wij geen mala­fi­de fiet­sen­die­ven waren. Hah! Look who’s tal­king, mother­fuc­king cock­suc­ker. Maar goed. Wij beschre­ven onze fiet­sen op accu­ra­te edoch licht geïr­ri­teer­de wij­ze. Daar­na moch­ten we in het wal­hal­la van de twee­wiel­rij­den­de fout­par­keer­der naar die van ons gaan zoe­ken. Toen wij won­der­wel in de zoek­tocht slaag­den, ble­ken onze twee fiet­sen niet alleen mij­len­ver uit elkaar te staan – han­dig hoor – maar ble­ken ook onze fiets­slo­ten op schaam­te­lo­ze wij­ze door­ge­knipt. Ik gebruik zel­den lan­ge opeen­vol­gin­gen van hoofd­let­ters in mijn pro­za, maar bij die zin over die door­ge­knip­te fiets­slo­ten was de ver­lei­ding erg groot, dat moet ik eer­lijk­heids­hal­ve toe­ge­ven.

Over deze mis­da­di­ge boe­ven­streek wil­den wij uiter­aard bij de cock­suc­ker in het asbest­kan­toor­tje ons beklag gaan doen. Waar moet een mens anders zijn beklag gaan doen over boe­ven­stre­ken? Ons humeur – dat onder­tus­sen al ver onder het lage pit­je stond – werd ech­ter met een kaak­slag de diep­te in geka­ta­pul­teerd. Zezun­ja – zij is zo dap­per, dat gelooft ge niet – pro­beer­de met hand en tand de onrecht­vaar­dig­heid van de situ­a­tie dui­de­lijk te maken, maar de pap­zak met zijn donut­ver­sla­ving pro­du­ceer­de alleen maar vari­a­ties op het the­ma Ik maak de regel­kes ook niet, mevrouw. Dat is een argu­ment waar ik door­gaans acu­te schurft van krijg, en boven­dien klinkt het heeeeeeel raar uit de mond van een zogen­on­de­naam­de orde­hand­ha­ver. De donut-adept meld­de ons ook nog dat we hier­over natuur­lijk altijd een brief aan de gemeen­te kon­den schrij­ven, maar gewoon­lijk betaalt de gemeen­te dat soort din­gen niet terug. Ik hoop­te stil­le­tjes dat hij ook nog iets ver­stan­digs zou zeg­gen over het gebrek aan fiet­sen­rek­kies in Leu­ven en het over­dre­ven hard­han­di­ge optre­den van het poli­tie­korps bij fietsen-zonder-licht en de bela­che­lijk­heid van de camera’s op de Oude Markt die tot op heden nog niks maar dan ook wer­ke­lijk hele­maal nou­ga­bol­len nop­pes heb­ben ver­an­derd aan mijn ver­on­der­stel­de onvei­lig­heids­ge­voel, maar ik bedacht toen ook stil­le­tjes dat dat waar­schijn­lijk veel te veel woor­den zijn om in een hoofd te pas­sen dat gepla­muurd is met donut­deeg. Ik kan het de arme man niet kwa­lijk nemen. Ver­geef hem, oh heer, want hij weet niet wat hij eet.

Humeu­rig, vloe­kend en zon­der slot trok­ken mijn lief en ik huis­waarts. Daar aan­ge­ko­men sprak ik wel dui­zend keer per secon­de de fra­se die u onder­tus­sen al van ver zag aan­ko­men:

Leu­ven­se flik­ken zijn gewe­ten­lo­ze oplich­ters, dat gelooft ge niet.

23 reacties

  1. Licht schreef:

    Ha, I agree!
    Ooit ging ik (de goed­heid zel­ve) met een over­dui­de­lijk gesto­len maar door mij terug­ge­von­den por­te­fuil­le naar het Leu­ven­se poli­tie­kan­toor (alle prul­len, kaar­ten, con­dooms die er rond gespreid lagen er zorg­vul­dig weer inge­sto­ken, ook al moest ik daar­voor onder gepar­keer­de auto’s dui­ken), alwaar ik aan­ge­ko­men op het bureau eerst tien minu­ten moest wach­ten voor de ’portefuille’flik ophield met tele­fo­ne­ren. Dan deed ik mijn ver­haal, zei dat er niets van geld meer in die por­te­feuil­le zat en het dus dui­de­lijk gesto­len was.
    En dan:
    ’En hoe weet gij dat, juf­fraake?’
    (wel euh, ik heb alles er terug inge­sto­ken en geke­ken of er even­tu­eel een adres inzat..)
    ’en wat gingt ge dan gedaan heb­ben meis­ke, als ge een adres gevon­den had?’
    (wel, nog steeds naar het bureau geko­men zijn omdat ik nu niet echt zin had om tele­foon­boe­ken te raad­ple­gen om haar haar bezit terug te geven’)
    ’ha, dus ge moest toch niet echt weten of er nog geld in zat of niet?’
    (euh, neen, eigen­lijk niet echt, maar da’s toch ergens logisch… en ik heb alles er weer inge­sto­ken he, dan doet ge een por­te­fuil­le open?)
    ’En weet gij zeker dat ge die gevon­den hebt?’
    (euh, jaaaa.…)
    ’en kunt ge dan EXACT ver­tel­len waar’
    (wel, ergens in de Raven­straat…)
    ’Rond welk huis­num­mer’?
    (geen idee…)
    ’ge weet niet meer waar ge zoiets vind? Meis­ke, soms klinkt ge wel een beet­je raar (sic) hoor’.
    (euh?)
    ’wilt ge een getui­ge­nis afleg­gen, dan, nu?’
    (neen, geen tijd, noteer mijn tele­foon­num­mer maar mocht er iets zijn)
    ’ge GAAT NU een ver­kla­ring afleg­gen hoor meis­ke, dat is ver­plicht’

    Doet een mens dan eens iets goed he..

  2. Mr. Coenegracht schreef:

    Toch even deze wei­nig pro­za­ï­sche tip voor de top: stop gevon­den papieren/portefeuilles in de dichtst­bij­zijn­de post­bus. De Post bezorgt ze dan aan uw dichtst­bij­zijn­de wets­die­naar. Ik heb mijn geroof­de papie­ren op die manier al op magi­sche wij­ze terug­ge­kre­gen via de gepok­kel­de arm der wet. Maar het zijn en blij­ven los­ers, laat ons daar niet flauw over doen. Voor­al die Pas­mans, trou­wens.

  3. Heer Maan­zand,
    (1) Dus U rijdt rond op
    ’een fiets zon­der licht en zon­der rem­men en zon­der noe­mens­waar­di­ge ban­den­span­ning en zon­der rub­be­ren hand­vat links aan het stuur’
    En als U dan op een avond over­hoop zult gere­den wor­den door een auto, dan zal het de schuld van die bestuur­der zijn, zeker?
    (2) Men­sen wiens gezag in onze hui­di­ge maat­schap­pij voort­du­rend wordt onder­mijnd spreekt U toe met: ”Bedankt dames.” En dan bent U ver­won­derd dat zij U de vol­le laag geven? Hebt U dan geen empa­tisch ver­mo­gen, daagt U graag lek­ker stoer en eigen­tijds uit, of bent U gewoon ach­ter­lijk?
    Hoog­ach­tend,
    De Drs.

  4. Ja, ik weet het, het moet eigen­lijk zijn empa­thisch, maar U raak­te een gevoe­li­ge snaar en ik ver­loor mijn con­cen­tra­tie en mijn zelf­be­heer­sing.
    Sor­ry.
    Niet voor die spel­fout, maar voor het ver­lie­zen van mijn zelf­be­heer­sing.
    Sor­ry.
    De Drs.

  5. Licht schreef:

    Pot­ver. drie keer por­te­fuil­le ipv por­te­feuil­le en ge vind ipv vindt. Het was pre­cies mijn dag­je niet 🙂

  6. Yuri schreef:

    @ Heer Hap­po! Ik ver­lies bij momen­ten ook wel eens mijn zelf­be­heer­sing – zo blijkt uit het stuk­je hier­bo­ven – dus wat dat betreft hoeft u zich geens­zins te ver­ont­schul­di­gen. Rea­geurs zoals uzel­ve zijn er veel te wei­nig.
    Hoe dan ook lijkt de kwes­tie u diep te raken. Ik hoop dat ik u niet onher­roe­pe­lijk gekwetst heb.
    En ver­der: ik doe graag stoer en eigen­tijds, ja. Dat is één van mijn zwak­he­den.

    @ Mr. Coe­ne­gracht: Laten we die Pas­mans een fat­wa in zijn kepi slaan. Het heeft lang genoeg geduurd, zo.

    @ Licht: Ik zou over die taal­fou­ten toch snel een ver­kla­ring afleg­gen als ik jou was.

  7. Heer Maan­zand,
    Ik stel voor dat wij dit inci­dent, deze ’aan­va­ring’, dan ook maar zo vlug moge­lijk ver­ge­ten.
    Ander­zijds… een beet­je emo­tie op uw weblog, dat kan toch niet hele­maal fout zijn en alleen maar bij­dra­gen tot de ambi­an­ce, zeg maar.
    Met oprecht vrien­de­lij­ke groe­ten,
    Drs. Johan Arendt Hap­po­la­ti

  8. Yuri schreef:

    Heer Hap­po, u heeft gelijk dat het geen naam heeft.
    Met even oprech­te als­me­de waar­lijk vrien­de­lij­ke groe­ten,
    Yuri Maan­zand

  9. Wat deed U tij­dens die vier dagen?

    Was gete­kend

  10. Yuri schreef:

    Euh. That’s clas­si­fied. Waar­om?

  11. eddiefromohio schreef:

    Klo­jo roe­pen naar een com­mis­sa­ris die je net een onte­rech­te par­keer­boe­te aan­ge­smeerd heeft, om daar­na met zwaai­licht klem gere­den te wor­den, helpt ook niet. Je tong uit­ste­ken naar een voor­be­rei­den­de com­bi, die prompt rechts­om­keerd maakt en waar­van de flik aan het stuur vraagt of je hem een tong wil draai­en en daar­op ja ant­woor­den, ter­wijl je een blin­de vriend aan de arm hebt, ook al doet dat laat­ste wei­nig ter zake, al even­min (als dat geen magi­straal krom­me zin is). Lan­ge tenen, inder­daad.

  12. Uit pure men­se­lij­ke nieuws­gie­rig­heid. Al de rest stond dui­de­lijk en meer dan vol­le­dig beschre­ven, en plots ont­bra­ken daar vier dagen in het ver­haal. U moet al een zeer goe­de reden gehad heb­ben om uw fiets vier dagen aan zijn lot over te laten, een­zaam en alleen.

    Was gete­kend

  13. Yuri schreef:

    Omdat ik het gerech­te­lijk onder­zoek jegens mijn per­soon niet mag scha­den, kan ik die infor­ma­tie helaas niet vrij­ge­ven.

  14. Na dit eer­lij­ke ant­woord rest mij alleen maar uw lacu­ne van vier dagen te res­pec­te­ren daar ik geen rech­ter nog gewe­ten­lo­ze Leu­ven­se oplich­ter van een flik ben.

    Was gete­kend

  15. De rust zelve schreef:

    Vori­ge week getui­ge geweest van een onge­val met auto en fiet­ser, waar­bij de fiet­ser geen licht had…
    Je brengt toch best je fiets in orde hoor…

  16. AK schreef:

    Ik kan u alleen maar gelijk geven!
    (Ook­al zou u inder­daad beter met een fiets­licht rij­den)

    Om het aan­tal geval­len van onrecht­vaar­dig­heid jegens de fiet­sen­de stu­dent in Leu­ven uit te brei­den:

    - Een mede­stu­dent fiets­te in de regen naar de bus­hal­te om de bus naar huis te nemen. Aan­ge­zien het regen­de en zijn fiets­licht hier­door niet werk­te (maar over­dui­de­lijk wel opstond) hield de poli­tie hem als­nog tegen. Omdat hij drin­gend zijn bus moest halen (en ook wel een beet­je uit een poging om toch te ont­snap­pen aan een even­tu­e­le boe­te) zei hij ’Ik kan hier niet te lang blij­ven staan want ik moet mijn bus halen.’ Niet alleen kreeg hij 50 euro boe­te voor het zoge­zegd ’fiet­sen zon­der licht’ maar zelfs daar­voor krijg je een boe­te voor ’smaad’ aan de poli­tie. (Weer eens 50 euro) Dat was weer 100 euro afge­trog­geld van de arme stu­dent om de staats­kas aan te spek­ken. (En dan kan men nog eens den­ken aan diplo­ma­ti­sche immu­ni­teit, wat eigen­lijk mate­ri­aal is voor een ande­re dis­cus­sie) Maar goed, ’dag dames’ is blijk­baar nog een bele­di­ging van de erg­ste soort als je voor zo een futu­li­teit al een boe­te voor smaad krijgt.

    - Het zal niet de eer­ste keer zijn dat als ik nog eens een com­bi tegen­kom die zelf TEGEN de rich­ting van de straat inrijdt.

    - Zich juist ach­ter een hoek­je gaan ver­stop­pen om met twee man­nen EN een poli­tie­hond (jaja geen zever! dat alle­maal natuur­lijk voor de über­ge­vaar­lij­ke cri­mi­ne­le stu­dent) boe­te uit te delen dat gaat alle­maal wel. ’s Nachts om 2.30u boe­tes uit­de­len voor het rij­den door een rood licht, alle­maal moge­lijk. Maar elke nacht wor­den er fiet­sen gesto­len of afge­bro­ken met mes­sen, slijp­schij­ven, koe­voe­ten en weet ik wat nog mate­ri­aal (ook mijn fiets is eraan moe­ten gelo­ven) nooit heb ik iemand weten zeg­gen dat de poli­tie daar iets aan gedaan heeft. Mis­schien omdat er dan geen pel­e­ton poli­tie­man­nen met water­ka­nons en traan­gas beschik­baar is? En wee o wee als je met zul­ke futu­li­tei­ten naar het bureau stapt! Van­da­lis­me met zwaar mate­ri­aal is natuur­lijk niet zo erg als een knip­per­licht­je waar­van toe­val­lig de bat­te­rij uit­viel.

    Om te voor­ko­men dat het ver­keer in leu­ven vol­le­dig cha­os is, ok dat ze er zijn, maar de boe­tes zijn schan­da­lig over­dre­ven en de meer­der­heid heeft dui­de­lijk last van machts­su­pe­ri­o­ri­teit. Als je wil­le­keu­rig twee heren aan­spreekt op straat met ’dag dames’ heb­ben zij niet de uni­for­men en het bus­je om boe­tes uit te delen, dat zij dat wel heb­ben is lou­ter van­we­ge hun beroep en zou niet mogen die­nen voor per­soon­lij­ke ’wraak’. Pure machts­mis­bruik

    Ik zou zo nog even kun­nen door­gaan…

  17. ikk schreef:

    Ben­de ach­ter­lij­ke idi­o­ten, zo ne web­si­te open­hou­den, en laat de men­sen hier iets blog­gen die effec­tief kun­nen schrij­ven.

  18. Yuri schreef:

    Effec­tief.

  19. Heer Maan­zand,
    Vol­gens ’ne’ zeke­re ikk kunt ge niet schrij­ven, maar vol­gens mij is dat oor­deel van ’die­ne’ ikk van nul en gener­lei waar­de.
    http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=ne
    Met vrien­de­lij­ke groe­ten,
    De Drs.

  20. vikim schreef:

    Als er een onge­luk is gebeurd met een fiets die zon­der licht reed, hoe kan de poli­sie dan weten of het licht al niet werk­te voor het geval, of net door het onge­val?

  21. Jan van leuven schreef:

    Kijk, ik kan het goed begrij­pen dat je eens wat rot­tig­heid met poli­tie hebt gehad. Maar per­soon­lijk vind ik dat uw klei­ne pro­bleem­pjes voor­al uw eigen schuld zijn en da het rede­lijk bela­che­lijk is om zo alle flik­ken als idi­o­ten en rot­zak­ken te ver­al­ge­me­nen. Ge weet goe genoeg dat uw fiets een licht moet heb­be en rem­men, das ni om u gewoon te klo­ten das voor uw vei­lig­heid. En wa had ge nu ver­wacht as ge ”dag dames’ tegen 2 flik­ke zegt die al dui­de­lijk van die rand­de­bie­len waren?

    Mijn punt is gewoon dat ik ieder­een die zo veel over de ’flik­ken’ zeurt een beet­je hypo­criet is. Want als jij ooit eens zwaar in de pro­ble­men zit of word over­val­len in je huis of wat dan ook denk ik da ge snel weet wie ge moet bel­len, ge moogt blij zijn da wij in een land leven waar geen cor­rup­te flik­ken zijn die u in de bak smij­ten as ge ze geen 500euro kunt geven.

    Maar al bij al, er zijn inder­daad flik­ken die net als zo veel men­sen graag mis­bruik maken van hun machts­po­si­tie en dat vind nie­mand leuk als dat bij hem gebeurt dus daar kan ik u wel in begrij­pen.

    Groet­jes, Jan

  22. gigi raptor 660 schreef:

    kijk e ge het gelijk mij­ne vriend die­ne blauw­tjes heb­ben geen gevoel voor wat licht­zin­ne­ge humor. tword tijd da ze die is wa anty depre­sie­vi­um gaan geven want met tgeen wat ze uit hun­ne neus halen wor­den ze ni beter vn en wij ook ni

  23. at schreef:

    Neen hoor, de Leu­ven­se poli­tie zijn echt kloot­zak­ken. Mijn fiets is in Leu­ven twee­maal gesto­len, bij de twee­de keer deed ik een aan­gif­te. (Ja ik had een slot, bei­de keren waren ze gewoon open­ge­sne­den.) Ik kom daar aan, moest een uur in de wacht­zaal wach­ten. Ik heb een half uur gespen­deerd met mijn fiets te beschrij­ven, waar is het gesto­len, hoe laat, etc etc. En dan kwam opeens de vraag: ’is uw fiets gegra­veerd’? Neen was mijn ant­woord, want ik wist des­tijds niet dat het een optie was.

    En wat toen volgt, heeft een lan­ge tijd aan mij geknaagd. Ik moest een con­tract teke­nen waar­op heel wat van mijn gege­vens staan en dat als ik mijn fiets terug vindt, dan ben ik ver­plicht van dit aan te geven bij de poli­tie. Maar die zei er wel droog­jes bij dat als zij die vin­den, dat ze me niet zul­len con­tac­te­ren omdat ik geen bewijs heb dat die van mij is. Foto’s van mij met de fiets zijn niet vol­doen­de bewijs (noch­tans han­gen er ken­mer­ken op van een bel die raar gemon­teerd is en een bepaal­de kleur dat ik in het geraam­te gespo­ten had).

    Dus om het samen te vat­ten: Ik heb een ander­half uur gespen­deerd in het kan­toor voor niets; als ik de fiets vind, moet ik de moei­te gaan doen om het te mel­den, des­on­danks dat ze toch niets zul­len doen; als zij het vin­den hou­den zij het gewoon voor zich­zelf.

    En van­daag ben ik tegen­ge­hou­den door een under­co­ver agent in Hever­lee. De slag­bo­men waren prak­tisch hele­maal omhoog van bij de spoor­weg en de trein was allang weg. Ik wou over­ste­ken en opeens wordt ik tegen­ge­hou­den en krijg ik een €360+ boe­te opge­stuurd omdat ik een ’klas­se 4 fout’ heb begaan. Ik heb met mijn actie zoge­naamd mezelf en even­tu­eel ande­ren een onver­mij­de­lij­ke scha­de toe­ge­bracht in geval van een onge­luk. Slag­bo­men waren prak­tisch omhoog en geen trein te beken­nen kilo­me­ters ver links en rechts. Ik ken die­ven en moor­de­naars die met een mil­de­re straf ervan af komen. Ik begin te den­ken dat cri­mi­na­li­teit aan­ge­moe­digd wordt in Leu­ven, zolang je maar juist over het zebra­pad steekt en par­keer­tic­kets betaalt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *