Vier debacles

Deba­cle nume­ro uno: Grand Cafe Ber­la­ge, Eind­ho­ven

Ik keek reeds lang en reik­hal­zend uit naar de voor­ron­des voor het Caba­re­tes­ke fes­ti­val. Ik had al veel goeds gehoord over de wed­strijd en het feit dat er veel Bel­gen de revue zou­den pas­se­ren, maak­te mijn ban­ge hart­je warm. Maar het werd dus een deba­cle. Ik ben even te lui om syno­nie­men voor deba­cle te ver­zin­nen, dus u gaat het woord in de komen­de regels nog vaak tegen­ko­men. Eind­ho­ven dus. Ik was als eer­ste aan de beurt, die avond. De spits afbij­ten is altijd een beet­je zwe­ten, maar het ver­lost je wel met­een van een hele hoop stress. Na mijn act was het enkel nog wach­ten op het onver­bid­de­lij­ke jury‐oordeel. Dat zag er onge­veer zo uit:

De vorm van het type kluns was onge­loof­waar­dig en voeg­de niets toe aan zijn act; aan zijn ver­haal. Dat ver­traag­de ook node­loos. Door zijn geko­zen vorm wrong het voort­du­rend. Wel had hij bizar­re tek­stu­e­le gedach­ten­kron­kels. Ons advies: zoek je zelf op.

Deze tekst staat voor eeu­wig te blin­ken op de web­si­te van Caba­re­tes­ke, dus dat is pret­tig. Niet. Wat ook niet pret­tig is, is dat mevrouw de jury­voor­zit­ter die bewus­te avond bij het voor­le­zen van het ver­slag min­stens vijf keer mijn naam ver­keerd uit­sprak. Dat gebeurt wel vaker, maar van een eind­ho­ven­se dame van stand ver­wacht je toch wel dat ze het ver­schil tus­sen de let­ter n en de let­ter a kent, nee? Flau­we grap­pen over eind­ho­ven­se dames van stand mag u altijd ach­ter­la­ten in het reac­tie­din­ges. Maar goed, dat mek­ke­rend gemaan­zaad van mevrouw kon ik niet echt meer au seri­eux nemen. Dat begrijpt u.

Al zit er wel een kern van waar­heid in het jury‐oordeel. Dat de vorm niets toe­voeg­de aan het ver­haal, ligt voor een groot deel aan mij­zel­ve. Daar wor­stel ik wel vaker mee en de ene keer lukt het beter dan de ande­re om enigs­zins geloof­waar­dig over te komen. Maar daar wordt aan gewerkt, mevrouw de Rabacetetske‐jurie‐voorzotter.

De rest van de avond in Eind­ho­ven ver­liep trou­wens wel erg gesmeerd. Mijn com­pli­men­ten dan ook aan het hele orga­ni­se­ren­de team. Ik werd har­te­lijk ont­van­gen en ik kreeg alles wat ik nodig had.

Maar een nieu­we bril voor de jury‐voorzitter is een aan­ra­der.

Deba­cle nume­ro tweeo: De Rots, Ant­wer­pen

Bram Goris is ne tof­fe. Zijn A Pro­pos podi­um is ook tof. De Rots is een lol­lig café waar hard­roc­kers en metalheads af en toe plaats maken voor a‐cappella‐koortjes en hans­wor­sten zoals ik. Maar het was die dag zoda­nig onweer­staan­baar mooi weer, dat mijn publiek bestond uit mijn lief, mijn zus en haar lief, een beton­paal en een dron­ke­lap met op zijn hoofd die wit­te hoed van die salsaparilla‐drinkende stran­ger uit The Big Leb­ow­ski. En ik wou iets nieuws pro­be­ren en dat viel een beet­je in het water.

Vol­gen­de keer dus regen en ontij, als­tu­blieft.

Deba­cle nume­ro drets: Mano Mun­do, Boom

Onge­veer het­zelf­de ver­haal, daar op de fina­le van het Open Podi­um van de Aren­berg­schouw­burg. Ook weer veel te schoon weer, veel te scho­ne din­ges op ande­re podia (die wel in het zon­licht baad­den), ook veel lawaai dus door die ande­re podia, en een frontstage‐arena van een kilo­me­ter of drie­dui­zend, waar­door ik mijn publiek niet zag zit­ten. Dat kon ook lig­gen aan het feit dat er zo goed als geen publiek zat, daar in de Fairtrade‐tent, doch dit ter­zij­de.

Maar dank aan de Aren­berg­schouw­burg en aan Jef en aan Kim en aan Stijn en hoe heten ze toch alle­maal tegen­woor­dig. Het was een tof ini­ti­a­tief, die fina­le. Maar naar mijn beschei­den mening niet echt op zijn plaats op Mano Mun­do.

Deba­cle nume­ro quatsch: De Jezui­et, Ant­wer­pen

Ik heb gis­te­ren op de val­reep moe­ten afzeg­gen voor Per Podi­um Mobi­le. Dat had iets te maken met wat ik een voed­sel­ver­gif­ti­ging zou noe­men als ik een oud jen­ge­lend vis­wijf in de meno­pau­ze zou zijn. Dat ben ik niet, dus ik hou het op een innig onder­ons­je tus­sen de peri­stal­tiek van mijn slok­darm en het rio­le­rings­stel­sel van de stad Leu­ven.

Dat zijn vier deba­cles op kor­te tijd. Waar is mijn kar­ma naar­toe, ver­dom­me?

5 reacties

  1. High­ly over­ra­ted, Kar­ma. Zóóó… nou ja, 1953, 1113, 397 B.C.E., welk vorig leven dan ook, eigen­lijk.

  2. Carmen schreef:

    Als het een troost mag wezen: Uw deba­cle nume­ro vier was sowie­so niet door­ge­gaan, omdat met u nog zowat de helft van de avond had afge­zegd. Een mooi papier­tje op de deur meld­de dat het niet door­ging. Voor­al fijn omdat ik er dus nog wel stond, met de ver­wach­ting van een fijn avond­je bruine‐kroeg‐met‐tekst. *snif*

  3. FrankiePebbles schreef:

    Doe gewoon uw ding voort. En houd voor­al uw oren pot­dicht. Dan botst u geheid om de eerst­vol­gen­de hoek weer op uw kar­ma. Om van haar te horen dat zij u liep te zoe­ken.

  4. maarten schreef:

    vroe­ger heb ik nog op open podi­um fina­le gestaan in gro­te zaal. dat was waan­zin­nig fijn. met lek­ke­re hap­jes back­sta­ge. nu het op mano mun­do is kom ik niet meer. jam­mer.
    ga voort ga voort ga voort

  5. J schreef:

    uw kar­ma is een kame­le­on
    hij komt en hij gaat
    rood goud en groen.

    gewoon beter kij­ken 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *