The history of kissing, part three: Het russische overspel

Het was een gure regen­dag in een onoog­lijk klein dorp­je aan de rand van het Oer­al­ge­berg­te. We zaten samen op een bank­je in het kerk­je waar we een maand lang als vrij­wil­li­ger aan de slag waren. We had­den – samen met een stuk of zes collega’s – getim­merd, geschuurd, geschrobd en geverfd. We waren jong, onbe­zon­nen en idi­oot ver van huis.

De bedoe­ling was dat we met z’n allen van­uit het kerk­je op de bus zou­den stap­pen, rich­ting trein­sta­ti­on. De trein zou ons via Mos­kou weer naar Bel­gië bren­gen. Maar de bus die ons aan het kerk­je zou komen oppik­ken, had – naar alou­de rus­si­sche gewoon­te – een hele nacht ver­tra­ging, zodat we ons genood­zaakt zagen te over­nach­ten in een ach­ter­ka­mer­tje van één van de kerk­to­rens. Een bij­zon­de­re maar uiterst oncom­for­ta­be­le situ­a­tie. Er ston­den twee gam­me­le bed­den, en daar moesten we met z’n zes­sen, als sar­dien­tjes in een blik, de nacht­rust zoe­ken.

The Kiss van Francesco Paolo Hayez

The Kiss van Fran­ce­s­co Pao­lo Hay­ez

Maar even terug naar dat bank­je. We waren nog niet op de hoog­te van de ver­tra­ging, en we maak­ten grap­pen over de vriend­schap, het leven en blau­we smur­fen­verf. In de afge­lo­pen drie weken had ik in haar een hech­te vriend gevon­den. Vaak zon­der­den we ons af van de groep om te wan­de­len, te keu­ve­len en te lachen. Ik was acht­tien en zij was vier­en­twin­tig. Dat is geen onbe­lang­rijk detail, want er ging een vreemd soort aan­trek­kings­kracht uit van het feit dat ze ouder was dan ik. Des­on­danks was er – tot op dat moment – geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om met haar iets te begin­nen dat ver­der ging dan de vro­lij­ke vriend­schap die we had­den. Dat had mis­schien iets te maken met het meis­je dat thuis in Vlaan­de­ren op mij zat te wach­ten. Al moet ik eer­lijk­heids­hal­ve beken­nen dat ik dat meis­je na drie weken nog zel­den tegen­kwam in mijn dag­dro­men.

En toen kreeg ik een zoen. Op het bank­je in het kerk­je, ter­wijl het bui­ten matroesjka’s regen­de, kreeg ik een onver­wach­te zoen. Het was een klei­ne, zach­te kus van een hal­ve secon­de, maar de indruk die ze ach­ter­liet was even opwin­dend als onher­roe­pe­lijk. Want hoe­wel er ergens in mijn ach­ter­hoofd een klein stem­me­tje ‘Vui­le bedrie­ger! Over­spe­li­ge kloot­zak!’ begon te brul­len, ging ik met han­gen­de poot­jes mee in de plot­se roman­tiek.

Toen kwam de domi­nee ver­tel­len dat onze bus pas de vol­gen­de och­tend zou arri­ve­ren, en we wer­den met z’n allen naar het toren­ka­mer­tje gestuurd. Dat ik daar samen met haar op een klein stuk­je van één van de twee bed­den terecht­kwam, zal wel geen toe­val geweest zijn. Het voel­de er koud, voch­tig, en over­be­volkt. Geen geschik­te ingre­di­ën­ten voor een intiem onder­ons­je, zou je den­ken. Maar ondanks de elle­bo­gen van een der­de vrij­wil­li­ger, ondanks de voch­ti­ge lakens en ondanks de spo­ra­di­sche kak­ker­lak slaag­de zij er toch in om mij een war­me omhel­zing te ont­fut­se­len. Ze was erg door­tas­tend, en ik liet het mij op zijn zachtst gezegd wel­ge­val­len.

We slie­pen die nacht wei­nig. Onze ton­gen dan­sten zich een onge­luk in het duis­ter, en hiel­den daar niet mee op tot de zon opkwam. Dat we regel­ma­tig een stomp kre­gen van de der­de vrij­wil­li­ger in ons bed, kon ons niet echt deren. We waren immers jong, onbe­zon­nen en idi­oot ver van huis. Dan krijgt pri­va­cy vaak een erg apar­te invul­ling. Toen de och­tend kwam, en even later onze lang­ver­wach­te bus, nes­tel­de ik me op de ach­ter­bank in de warm­te van haar armen.

Het was nog steeds guur en regen­ach­tig, maar mijn lijf en leden bloos­den. Om één of ande­re reden had ik een lied­je van Rob de Nijs in mijn hoofd.

[kis­sing]

2 reacties

  1. gewebkijk schreef:

    sweet sweet memo­ries…

  2. Noynourfe schreef:

    Mal­le Bab­be. Dat heeft ook op mij een on-wis-bare indruk gemaakt. Ik was jong, jaar of zeven en een net iets oude­re vrien­din van een jaar of negen leg­de mij uit dat Mal­le niet haar voor­naam was, meer een toe­voe­ging. Dat nam de vraag niet weg: wie noemt zijn kind Bab­be. Dan viel Noy­nour­fe best mee. Lief dat ze mij wij­zer had gemaakt. En, jawel, het werd zomer (zomer).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *