Ik ben een Maori‐krijger in het diepst van mijn gedachten

Ik zal u een geheim ver­klap­pen. Ik ben een mie­tje wat betreft ver­schil­len­de facet­ten van mijn won­der­lij­ke leven. Haha, grap­je, hoor. Dat is natuur­lijk hele­maal geen geheim. Wat wel een geheim is – tot voor kort zelfs voor mij­zel­ve – is dat er heel diep onder al dat ang­sti­ge klein­ze­ri­ge wij­ven­ge­neu­zel van mij een stie­ke­me bonk gra­niet ver­scho­len zit. Een bonk gra­niet, aan­een­han­gend van ani­ma­le drif­ten en oncon­tro­leer­ba­re oer­ge­voe­lens. Of ik met die onder­be­wus­te drif­ten en emo­ties ooit iets ga doen (zoals bij­voor­beeld de kan­to­ren van Vitaya – inclu­sief per­so­neel – met blo­te vuist in spaan­ders hak­ken), weet ik niet. Maar de aan­we­zig­heid van een oer­kracht is onont­koom­baar. Diep van­bin­nen ben ik een onge­leid pro­jec­tiel met moge­lijk ver­woes­ten­de krach­ten.

’Maar hoe zijt ge dat aan de weet geko­men, Wan­nes?’, zult u zich allicht afvra­gen. Werd ik door een agres­sie­ve zon­dags­rij­der uit­ge­daagd tot een authen­tiek mid­del­eeuws hand­ge­meen? Heb ik me tij­dens het klus­sen met de boor­ha­mer één van mijn poe­ze­li­ge vin­ger­tjes ont­no­men, waar­na een hevig vloe­kend kozak­ken­koor zich via mijn stem­ban­den een weg naar bui­ten zocht? Ben ik op het Leu­ven­se stads­kan­toor in aan­va­ring geko­men met een puis­te­ri­ge tover­kol die het begrip onre­de­lijk­heid tot onge­ken­de dimen­sies ver­hief? Niets van dat alles, inte­gen­deel. Het is in weer­wil van elke gezon­de logi­ca de schuld van het ver­ma­le­dij­de feno­meen You­tu­be.

Ik zal het even uit­leg­gen. Tij­dens één van de tal­lo­ze werk­ver­ga­de­rin­gen bij Koning Kevin wer­den er recen­te­lijk een aan­tal film­pjes getoond die bij muzi­sche cur­sus­sen ter lering ende inspi­ra­tie wor­den gebruikt. Film­pjes van dan­sen­de schil­ders en rare Duit­se afval­kun­ste­naars. Intri­ge­ren­de din­gen die tot naden­ken stem­men en die de cre­a­ti­vi­teit aan­wak­ke­ren. Heel ple­zant met ande­re woor­den. Eén van die film­pjes toon­de een zoge­naam­de Haka Dans. Haka is de naam van een groep cere­mo­ni­ë­le dan­sen van de Maori’s uit Nieuw‐Zeeland. Door mid­del van deze dans pro­beert men de goden (voor­va­de­ren) aan te roe­pen. Die laat­ste twee zin­nen heb ik schaam­te­loos gepikt van deze Wikipedia‐pagina, omdat ik soms te lui voor woor­den ben. Dat weet u dan ook weer. De Haka is het bekendst in de uit­voe­ring door het Nieuw‐Zeelandse rug­by­team The All Blacks, waar de dans gebruikt wordt als ope­nings­ri­tu­eel voor een wed­strijd.

En dat is niet zomaar een ope­nings­ri­tu­eel.

Ik weet zeker dat als ik tegen­over The All Blacks kwam te staan tij­dens één hun­ner ope­nings­dan­sen, dat mijn scro­tum zich diep zou terug­trek­ken in de kroch­ten van mijn faal­angst en ik als een gecas­treer­de ver­sie van My Litt­le Pony het haze­pad zou kie­zen. Want zo’n Haka is een onge­ge­neer­de tes­tos­ter­on­ten­toon­stel­ling zon­der weer­ga. Een agres­sie­ve uit­da­ging tot een gevecht waar­van de gevol­gen niet voor kin­der­ogen bestemd zijn. Een col­lec­tie­ve oer­kreet met ’Wij gaan u op bru­te wij­ze van uw rug­gen­graat bero­ven en het onding door uw strot ram­men’ als wei­nig sub­tie­le onder­toon. En daar kreeg ik – ooh onpeil­ba­re spe­ling van het evo­lu­ti­o­nai­re nood­lot – zowaar kip­pen­vel van.

Ach­ter­af bleek dat een aan­tal dames in het gezel­schap het film­pje op You­tu­be maar dom­me kracht­pat­se­rij von­den, en ook mijn teer­ge­lief­de huis­ge­no­te bleek het noch warm, noch koud te krij­gen na het zien van het Nieuw‐Zeelandse spek­ta­kel. Wat me tot de chau­vi­nis­ti­sche con­clu­sie bracht dat er diep van­bin­nen in elke man een aan oer­krach­ten appel­le­ren­de bonk gra­niet ver­scho­len zit, die stie­kem wil mee­brul­len met het breed­ge­schou­der­de rugby‐team. Althans, in mijn geval was het deze cere­mo­ni­ë­le dans die de bonk gra­niet in mijn bin­nen­ka­mer wak­ker maak­te. En omdat de meis­jes van deze wereld alleen maar war­me ker­sen­pit­kus­sen­tjes en wol­li­ge patchwork‐dekentjes in hun bin­nen­ka­mer heb­ben lig­gen, is het logisch dat het vrou­we­lijk geslacht wei­nig onder de indruk is van eer­der genoem­de ten­toon­stel­ling.

Om kort samen te vat­ten: ik ben hele­maal geen mie­tje. Ik ben een wild om zich heen slaan­de austra­lo­pi­the­cus die geen uit­da­ging uit de weg gaat. En meis­jes zijn lief en schat­tig. En zo is het goed.

Dan ver­trek ik nu rich­ting Vitaya.

5 reacties

  1. SFY schreef:

    Is het uit­ein­de­lijk toch niet altijd zoe­ken naar een gul­den mid­den­weg?

    http://www.youtube.com/watch?v=uiskWM1hzL8

  2. sunnymoon schreef:

    of die ever­green, het éch­te man­nen ant­woord op de haka
    http://www.youtube.com/watch?v=QAKg-CC_9gQ

  3. Wannes schreef:

    Vrien­den. Het gra­niet stroomt dui­de­lijk door uwer ade­ren.

  4. Pisblom schreef:

    Eum, bes­te dier­ba­re gra­niet­blok­ken. Wat als ik hier­over al twee jaar alles weet/wist, omdat ik samen met een fema­le groeps­lid een hele paper ”Cul­tu­re­le studie(s)” aan dit topic heb gewijd: Wil­li­am Law­son en The All Blacks incluis.
    Zit er dan gra­niet in mijn ade­ren? Werkt dat even ver­stop­pend als roken?
    Wat een iden­ti­teits­cri­sis: die made­lief­jes en pis­blom­men en patch­work­toe­stan­den waar­van ik altijd dacht dat ze mijn bin­nen­ste beroer­den begin­nen spon­taan te roe­pen: Ka mate, ka mate.

  5. Wannes schreef:

    Fok zeg. Een weten­schap­pe­lijk onder­bouwd gra­niet­blok. Hul­de!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *