The history of kissing, part six: De honger
Het was een winderige winteravond en we hadden het over de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Niet over het boek, maar over de – grotendeels zelf verzonnen – weltschmerz die we als jonge dertigers over ons uitgestort kregen. Onze door bier en sigaretten aangedreven klaagzangen zouden door de tand des tijds als aanstellerij worden afgedaan, maar toen vonden we onszelf zwaar getekend door het leven. En daar moest over geklaagd worden. We overspoelden elkaar met verhalen uit het zwarte gat […]
Lees verder →
The history of kissing, part five: De rubberen hamer
Het was een frisse lenteavond en ze had me uitgenodigd voor een maaltijd en een babbel. Die uitnodiging was geen uitzondering, want in de maanden voorafgaandelijk aan deze avond hadden we elkaar regelmatig op avondjes uit getrakteerd, het ene al romantischer dan het andere. Dat ik desondanks geen kans maakte op het intieme samenzijn waar ik naar verlangde, negeerde ik voor de honderdste keer. Liefde maakt blind, en een verliefde ezel stoot zich talloze malen enthousiast aan dezelfde steen.
Het […]
Lees verder →
En u? (021)
Stel u het volgende voor. Ge zit op een onbewoond eiland, ge zit daar helemaal alleen, en ge zit daar voor de rest van uw leven. Ge hebt redelijk wat comfort, en ge zult niet sterven van de honger. Als ge doodgaat, is het van eenzaamheid of van ouderdom, want het is een eiland zonder enge ziektes. Voordat ge naar dat eiland vertrekt, moogt ge één ding kiezen. Een plaat. Een album dat u iets doet, van een artiest die […]
Lees verder →
Ik hou meer van nadenken dan van babbelen. Ik ben bang voor zowat alles. Ik maak mezelf graag dingen wijs en dat geldt vermoedelijk ook voor het voorgaande. Ik ben een op hersenloze infantiliteit kickende meerwaardezoeker. Ik haat het woord meerwaardezoeker. Ik ben verliefd op letters en woorden, al lees ik veel te weinig. Ik ben ook verliefd op muziek, in die mate dat ik niet veel nodig heb voor een dikke laag kiekevlees. Ik slaap graag maar ben een slechte slaper. Ik scoor bovengemiddeld op de beoordelingsschaal voor autisme. Dat is nooit officieel vastgesteld, maar zie zin 3. Ik moet heel hard lachen om elke variatie van de woorden pies, kak en stront of als ik iemand tegen een paal zie lopen. Tot slot heb ik nooit goed geweten wat ik wil. En daarmee heb ik bijna alles gezegd.


Archief voor juli 2011