Maart 2013: Clint Eastwood

Er waren werk­zaam­he­den aan de gang. Op het moment van schrij­ven zijn die nog steeds bezig, maar toen waren er plots wer­ken aan de gang. Mid­den in de werk­zaam­he­den werd er een roes­ti­ge ruim­te­cap­su­le opge­gra­ven. Dat ding was de vol­gen­de dag alweer ver­dwe­nen, en in de krant werd er hele­maal niks over gezegd. Geluk­kig nam ik op tijd een foto. Want het is schan­da­lig wat ge tegen­woor­dig alle­maal niet in de krant leest.

Maart 2013

Maart 2013

Ik zag een huis. Het was een groot modern huis dat gebouwd was door men­sen met veel geld voor­han­den die manie­ren zoch­ten om nog meer geld te ver­die­nen. Vast­goed, dach­ten ze. Dat werkt vast goed. En ook al was dat een woord­spe­ling met een baard lan­ger dan die van Clint East­wood, toch moet ik u ver­tel­len dat Clint East­wood hele­maal geen baard heeft. Clint East­wood heeft ook hele­maal niks met deze foto te maken, maar ik moet nu een­maal af en toe zon­der aan­wijs­ba­re reden aan Clint East­wood den­ken. Los daar­van ben ik geen fan van van­da­lis­me, maar inhou­de­lijk vind ik de slo­gan op deze foto goed geko­zen. Nu de esthe­ti­sche afwer­king nog.

Maart 2013

Maart 2013

Ik zag drie een­den die tegen elkaar zei­den: ‘Fuck it. Ik heb hele­maal geen zin om altijd maar naar dat water te wag­ge­len. Wij wach­ten wel tot het water naar ons komt. Kwak.’

Maart 2013

Maart 2013

In de tuin van mijn zus zit­ten die­ren. Drie ver­schil­len­de dier­soor­ten die in vreed­za­me ver­stand­hou­ding met elkaar samen­wo­nen. Ik weet nog dat ik bij het maken van deze foto aan de Bre­mer Stads­mu­zi­kan­ten moest den­ken. Als affi­che voor een ver­fil­ming van dat ver­haal zou dit beeld niet heel geschikt zijn, maar geluk­kig heeft nog nooit iemand mij gevraagd om zo’n affi­che te maken.

Maart 2013

Maart 2013

Ik kwam in een gebouw met veel bete­ke­nis. Er was een ten­toon­stel­ling in het gebouw, maar vroe­ger was het gebouw daar niet geschikt voor. Vroe­ger – niet eens zo heel lang gele­den – stond het gebouw vol met loket­ten waar bui­ten­lan­ders kwa­men die din­gen had­den te rege­len in Leu­ven. Ge moest een num­mer­ke trek­ken en dan drie dagen uw beurt afwach­ten. Ik heb daar vaak en lang samen met de huis­mu­ze naar mijn veters zit­ten sta­ren, omdat zij als bui­ten­lan­der nu een­maal din­gen te rege­len had in Leu­ven. Ik ga u niet ver­moei­en met onze lang­du­ri­ge admi­ni­stra­tie­ve avon­tu­ren in dat rare gebouw, want Kaf­ka zou zich zoda­nig vurig in zijn graf gaan lig­gen omdraai­en, dat het mag­ne­tisch veld van de aar­de in de pro­ble­men zou komen. Waar het om gaat is dat ik vorig jaar – tij­dens de ten­toon­stel­ling – ont­dek­te wat de oor­zaak was van al dat amb­te­lij­ke absur­dis­me. En ook begreep ik plots waar­om die eer­der genoem­de loket­ten naar een ander gebouw wer­den ver­huisd. Dit gebouw was niet gezond meer. Dit gebouw was bezig zich­zelf op te eten.

Maart 2013

Maart 2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *