Theo Francken

Ik vind Theo Fran­c­ken stom. Ik weet het, dat is spij­tig, maar ik heb daar ook niet voor geko­zen. Theo heeft dat zelf gezocht. Ette­lij­ke keren per week zegt en schrijft Theo din­gen waar mijn haren van over­eind gaan staan, ver­vol­gens over­ver­moeid weer gaan lig­gen om tot slot van pure ellen­de uit mijn lijf te val­len. Veel haar heb ik onder­tus­sen niet meer over. Na van­daag over­weeg ik een krach­tig haar­groei­mid­del, want Theo maakt het weer bont. Het zijn bin­nen­kort ver­kie­zin­gen, en de gewe­zen staats­se­cre­ta­ris smijt met recht­se pro­pa­gan­da en vuil­brui­ne popu­lis­ti­sche priet­praat gelijk een bavi­aan zijn drol­len tegen de rui­ten van de jun­gle flik­kert. Ja ik weet het, de jun­gle heeft geen rui­ten. Maar Theo ver­koopt ook voort­du­rend dol­dwa­ze fabel­tjes, mag ik efkes?

Heden­och­tend zaten Theo Fran­c­ken en zijn half­broer Tom Van Grie­ken in een radio­stu­dio kun­stig eigen­ge­draai­de bolus­sen naar elkan­der te smij­ten. Ze wer­den geïn­ter­viewd over aller­lei aspec­ten van de migra­tie­cri­sis, wat mij betreft nog steeds het meest opge­klop­te lucht­kas­teel sinds die play­bac­kers van Mil­li Vanil­li van hun troon vie­len. Ik blijf het zeg­gen en ik zeg het gewoon nog een keer: er is hier hele­maal geen cri­sis. Poli­ti­ci doen over­dre­ven moei­lijk, radio en tele­vi­sie ver­ge­ten elke nuan­ce, bur­gers wor­den over­dre­ven bang, maar migra­tie is gewoon een oplos­ba­re kwes­tie. Hou in gods­naam op met mij een rad voor ogen te draai­en. 

Dat Tom en Theo er weder­om in slaag­den de goe­ge­meen­te ervan te over­tui­gen dat ze lid zijn van ver­schil­len­de par­tij­en, it baf­fles me. Ik zie nog steeds erg wei­nig ver­schil tus­sen het Vlaams Belang en die zoge­naamd nieu­we Alli­an­tie. Doch dit ter­zij­de. Ik zie niet eens het ver­schil tus­sen Gert Ver­hulst en onze GFT‐container, dus er zal wel iets sche­len met mijn beoor­de­lings­ver­mo­gen. 

Theo mom­pel­de tus­sen het drol­wer­pen door iets over een tas­kfor­ce die hij zou wil­len oprich­ten om vluch­te­lin­gen met een tij­de­lij­ke ver­blijfs­ver­gun­ning die geen werk heb­ben en niet geïn­te­greerd zijn op een vei­li­ge manier terug te stu­ren. Dat plan bedacht hij van­och­tend toen hij voor de zoveel­ste keer wak­ker werd met een totaal gebrek aan inspi­ra­tie of wer­ke­lijk­heids­zin. Waar elk nor­maal mens zich op zo’n moment zou afvra­gen of hij niet wat lan­ger moet blij­ven lig­gen, wan­delt Theo de eer­ste de bes­te stu­dio bin­nen om een wil­le­keu­ri­ge micro­foon vol vitri­ool te tuf­fen. Hebt ge daar wel goed over nage­dacht, Theo? Nee, meneer, maar ik heb zoveel kaka in mijn broek waar zijn hier de rui­ten?

Vluch­te­lin­gen die niet geïn­te­greerd zijn. Ge hoort dat wel vaker in vuil­brui­ne krin­gen. Niet geïn­te­greer­de bui­ten­lan­ders. Alloch­to­nen die niet wil­len inte­gre­ren. Mis­luk­te inte­gra­tie van deze of gene. De nat­te droom van elke recht­se zwan­zer is een soort gelijk­scha­ke­ling van alles en ieder­een. Dezelf­de nor­men en waar­den, dezelf­de idee­ën over werk, gezin, huwe­lijk. Ieder­een lek­ker geïn­te­greerd. Heer­lijk. De dode­lijk saaie geza­pig­heid van uni­for­mi­teit als ide­o­lo­gisch wal­hal­la. Ik krijg er een vie­ze smaak van in mijn mond.  

Want wat is dat pre­cies, geïn­te­greerd zijn? Nog nooit heb ik een poli­ti­cus daar een slui­tend ant­woord op horen geven. Wel een hele hoop vage aan­zet­ten die van ver op een ant­woord lij­ken, maar geen han­dig lijst­je van cri­te­ria waar – pak­weg – een vluch­te­ling iets aan heeft als hij über­haupt zou wil­len inte­gre­ren. Nu ook weer niet. Theo gooit zomaar een ver­on­der­stel­ling op tafel over poten­ti­ë­le Bel­gen die niet geïn­te­greerd zou­den zijn, zon­der ook maar één ver­dui­de­lij­king te geven van dat vage con­cept, of details over wat die onge­ïn­te­greer­de vluch­te­lin­gen dan wel ver­keerd gedaan heb­ben. Ik ga me op den duur afvra­gen of ik zelf wel zo goed geïn­te­greerd ben. 

Ik weet name­lijk bit­ter wei­nig over pak­weg pen­si­oen­spa­ren, belas­ting­aan­gif­tes, koop­con­trac­ten, lenin­gen, domi­ci­li­ë­rin­gen, arbeids­recht, de konink­lij­ke fami­lie, de Bel­gi­sche staats­struc­tuur, de RVA, de VDAB of wat er gebeurt als ik in het stads­park in een hoeks­ke tegen een boom ga pis­sen. Ja sor­ry, agent ik moest zo drin­gend hebt ge het niet te warm?

Ik werk de hele dag in mijn een­tje ach­ter de com­pu­ter, ik heb geen diplo­ma, geen kin­de­ren, geen eigen huis, ik heb een hele klei­ne vrien­den­kring, ik kijk lie­ver naar het Neder­land­se dan naar het Vlaam­se jour­naal, ik ben bij wel­ge­teld nul ver­e­ni­gin­gen aan­ge­slo­ten, ik vind het bela­che­lijk dat ik ver­plicht word om te gaan stem­men, ik hou niet van wiel­ren­nen, ik rook wel eens een krui­den­si­ga­ret, ik vind mos­se­len rond­uit sme­rig, ik ga lopen als de dj Les Lacs du Con­ne­ma­ra draait, ik drink soms Duvel uit een long­drink­glas, ik vind het meren­deel van de gas­boe­tes bela­che­lijk, ik betaal graag belas­tin­gen, ik spuit geen ver­gif in mijn tuin en ik doe niet aan bum­per­kle­ven. Om maar te zeg­gen: ik ben geen gemid­del­de Belg. Ik weet niet of dat ook bete­kent dat ik slecht geïn­te­greerd ben, maar ik voel me in elk geval meer ver­want met de nieu­we Belg die zich afvraagt in welk ape­kot hij is terecht­ge­ko­men, dan met de gemid­del­de autoch­toon die het liefst zo orga­nisch moge­lijk opgaat in de ano­ni­mi­teit van het al even gemid­del­de bur­ger­schap.

Mijn woor­den zul­len u niet meer of min­der stem­men ople­ve­ren, Theo. Ik maak me geen illu­sies over mijn bij­dra­ge aan de groot­te van uw kiel­zog komen­de zon­dag. Maar ge jaagt mij op stang, sja­rel. Gij kijkt naar de wereld en ge ziet iets hele­maal anders dan ik. En al weet ik dat ik niet de kracht of de mid­de­len of de argu­men­ten heb om u van gedacht te doen ver­an­de­ren, toch moet ik af en toe brul­len. Ik weet dat mijn wereld­beeld nooit het uwe zal zijn, maar toch moet ik af en toe efkes met lui­de trom en veel sca­to­lo­gi­sche ver­wij­zin­gen van mijn toren bla­zen. Al was het maar om mezelf gerust te stel­len dat uw wereld­beeld nooit ofte nim­mer het mij­ne zal zijn.

3 reacties

  1. Fre schreef:

    De ouders van Zuhal D zou­den alvast kun­nen beschik­ken:
    – steen­kool­ne­der­lands: check;
    – wer­ken tot 45, en dan maar pen­si­oen trek­ken;
    – stu­die­beur­zen bin­nen­rij­ven…

  2. Lieve Geukens schreef:

    Zalig… ben ook zo’n niet‐geïntegreerde Belg…

  3. Malcolm Nix schreef:

    Hoe durft u zoiets fout te schrij­ven! Het is apen­kot en niet ’ape­kot’. Wie de spel­lings­her­vor­ming van 1996 en de regels in ver­band met de tussen‐n niet beheerst, is dui­de­lijk niet goed geïn­te­greerd!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *