Vlaggen

Ik vind vlag­gen stom. De mees­te vlag­gen. Okee, som­mi­ge vlag­gen. Er zijn een paar vlag­gen die ik stom vind. Een vlag die ik niet stom vind is de pira­ten­vlag aan de boom­hut van mijn neef­ke, of de regen­boog­vlag. De mees­te vlag­gen wor­den gebruikt om een stuk grond af te bake­nen waar ande­re vlag­gen niks te zoe­ken heb­ben, maar dat geldt niet voor de regen­boog­vlag of voor mijn neef­ke. Mijn neef­ke roept mis­schien wel eens Ga weg dit is mijn boom­hut, maar als ge wine­gums mee­hebt moogt ge uit­ein­de­lijk toch altijd bin­nen. Zo niet bij vlag­gen die ik stom vind.

Vlag­gen die ik stom vind zijn vlag­gen met namen als Union Jack, Old Glo­ry, Dra­peau Tri­co­lo­re, of – jawel – de Vlaam­se Leeuw. Vlag­gen die vol­strekt arbi­trair begrens­de stuk­skes aar­de aan­dui­den, en waar­mee de bewo­ners van dat stuks­ke aar­de kun­nen zeg­gen Dit is van ons. Gij hebt een ande­re vlag, gij hebt een ander stuks­ke aar­de, gij moet uw gemak hou­den als ge hier een ter­ras­ke komt doen. Dat soort vlag­gen. Lands­vlag­gen. Nati­o­na­le twee‑, drie- of meer­kleu­ren. Gekleur­de lap­pen stof die al mee­gaan sinds men­sen­heu­ge­nis, waar­van nie­mand nog de oor­spron­ke­lij­ke ont­staans­ge­schie­de­nis kent. Stuk­ken tex­tiel die gewoon met de sok­ken en onder­broe­ken mee de was­ma­chi­ne in gaan en die op bepaal­de feest­da­gen over ven­ster­ban­ken wor­den gedra­peerd. Wand­ta­pij­ten. Tafel­la­kens. Dekens. Doe­ken. Ik her­haal. Gekleur­de lap­pen stof.

Soms gaat het niet eens om een bestaand stuk grond. Soms gaat het over stuk­ken grond in de hoof­den van men­sen, of heim­wee naar oude stuk­ken grond, of ver­lan­gens naar een nieuw of ide­o­lo­gisch stuk grond. Dat noe­men ze dan sym­bo­len. De gekleur­de lap stof wordt dan een sym­bool voor het stre­ven naar een afba­ke­ning, of dient als bewijs voor het aan­han­gen van een gedach­te­goed. En ofschoon het aan­han­gen van gedach­te­goe­de­ren an sich uiter­aard niet ver­keerd is, vind ik het wel heel raad­sel­ach­tig dat er men­sen zijn die dat aan­han­gen gaar­ne wil­len bewij­zen met een gekleur­de lap stof. Al was het maar omdat zo’n lap stof vol­strekt ontoe­rei­kend is voor het aan­to­nen van de gedach­te­goe­de­ren van een gemid­del­de wereld­bur­ger. Als ik mijn eigen gedach­te­goe­de­ren zou wil­len sym­bo­li­se­ren met een gekleur­de lap stof, dan zou ik aan het Tapijt van Bay­eux nog niet genoeg heb­ben. Boven­dien, mijn straat is veel te kort als ik dat dan op feest­da­gen uit mijn raam moet han­gen.

Want seri­eus, wat wil­len die sja­rels die op feest­da­gen een vlag uit hun raam han­gen? Wat bedoelt de buur­man als hij op de hoe­veel­ste juli de nati­o­na­le drie­kleur of die gek­ke mage­re leeuw uit de kast haalt? Dat hij trots is? Op een stuk grond? Hoe werkt dat? Hoe kunt ge trots zijn op een stuk grond? Is dat van Pro­fi­ci­at stuk grond, dat gij hier nog altijd ligt? Goed gedaan stuk grond, dat gij niet allang het haze­pad hebt geko­zen omdat die ven­del­zwaai­ers er hier zo’n tering­zooi van maken? Of is het trots omwil­le van de bestier­ders van het stuk grond? De beleids­ma­kers die al jaren­lang uw stuk grond zo streng maar recht­vaar­dig bestu­ren en zo dui­de­lijk afba­ke­nen dat er geen ande­re pipo’s de plak komen zwaai­en? Kunt ge daar als bur­ger trots over zijn? Maar boven­al: moet ge daar­voor een gekleur­de lap stof uit uw raam han­gen? Dat is toch raar? Dat is toch zoda­nig raar en vreemd en raad­sel­ach­tig dat ge denkt dat ge in een strip­ver­haal woont? Toch?

Mis­schien zie ik het niet. Mis­schien is er wel dege­lijk een gedach­te­goed dat ge met een gekleur­de lap stof kunt bewij­zen. Mis­schien is er wel dege­lijk een rij­ke­lijk gedo­cu­men­teer­de ide­o­lo­gie die ge kunt aan­to­nen mid­dels zo’n stuk tex­tiel. En dat men­sen dan zeg­gen Ah kijk daar hangt zo’n lap stof tegen de gevel of aan een paal­ke, dus die men­sen den­ken zus en zo over dees of ’t geen. Maar zelfs als het zo werkt, dan is dat toch een treur­lo­ze en armoe­di­ge bedoe­ning? Want dan zijt ge dus fan van een gedach­te­goed  dat al jaren­lang bestaat, een ide­o­lo­gie die door heel veel men­sen is voor­ge­kauwd, een ver­za­me­ling idee­ën waar heel veel men­sen van hou­den en die com­pleet voor­bij­gaat aan wie gij zijt. Want wees eer­lijk, gij zijt toch veel meer dan een vlag? Uw hoofd en uw hart en uw lijf en uw leven en uw per­soon­lij­ke geschie­de­nis is toch ontie­ge­lijk veel rij­ker en diver­ser dan wat er schuil­gaat ach­ter een gekleur­de lap stof? Hoe groot is de kans dat wat gij denkt en voelt en ver­langt en waar gij van houdt en van walgt en geil van wordt, dat die onein­di­ge bibli­o­theek van per­soon­lij­ke rijk­dom krek dezelf­de sym­bo­li­sche drie­kleur heeft als de vol­strekt eigen­zin­ni­ge bibli­o­theek van uw buur­vrouw? Bij alle hei­li­gen van de alma­nak, ge komt toch niet toe met drie kleu­ren? Wel­ke mie­ren­neu­ker heeft dat bedacht?

Mis­schien maakt het alles mak­ke­lijk, zo’n vlag. Mis­schien wilt ge hele­maal niet naar bui­ten tre­den met uw per­soon­lij­ke rijk­dom en uw vol­strekt eigen­zin­ni­ge bibli­o­theek. Mis­schien zijt ge bang wat men­sen gaan zeg­gen als ge uw Tapijt van Bay­eux door de straat rolt. Dan is zo’n voor­ge­kauw­de vod natuur­lijk han­dig. Daar kunt ge al uw ang­sten en onze­ker­he­den ach­ter ver­stop­pen. Ge vindt gelijk aan­slui­ting bij een club­ke van men­sen die alle­maal met zo’n vlag zwaai­en, en die alle­maal bang zijn. Bang om hun stuks­ke grond kwijt te spe­len, bang om uit­ge­la­chen te wor­den, bang om niet seri­eus geno­men te wor­den. Ge hoeft zelf niet meer na te den­ken, ge stapt mee in het rit­me van uw voor­gan­gers, en uw kleur­rij­ke maar kwets­ba­re per­soon­lij­ke bibli­o­theek hoeft ge aan nie­mand te laten zien. Alle­maal niet erg, alle­maal men­se­lijk, en alle­maal heel mak­ke­lijk te camou­fle­ren met een gekleur­de lap stof. Maar hoe ge het ook draait of keert, het blijft camou­fla­ge. Ge blijft incog­ni­to. En ik her­haal. Het blijft een gekleur­de lap stof.

Denk daar eens over na, wan­neer de buur­man zijn drie­kleur weer uit het raam hangt of wan­neer ge u opeens rea­li­seert dat het voor­na­me­lijk man­nen zijn die met vlag­gen zwaai­en.
Denk daar eens over na, wan­neer ge beleids­ma­kers met rode of zwar­te tong uit de bek ziet kwij­len ter­wijl ze een ouder­wet­se hym­ne in de rich­ting van een gekleur­de lap stof staan te kwe­len. Of wan­neer ge poli­ti­ci ver­ont­waar­digd ziet mie­pen dat iemand ergens hun vlag van ne paal heeft gehaald.
Denk daar eens over na, waneer ge een ben­de pubers hun ang­sten en hun een­zaam­heid ziet ver­stop­pen ach­ter een gekleur­de lap stof die ze gekre­gen heb­ben van zo’n poli­ti­cus. Hier man­ne­ke, ge hoeft niet bang te zijn, hier is een stoe­re ide­o­lo­gie die ik voor u heb voor­ge­kauwd en waar ge u ach­ter kunt ver­schui­len. Uw per­soon­lij­ke rijk­dom is onbe­lang­rijk, stap maar mee met ons, wij weten waar­naar­toe.
Steek al uw eigen­heid maar ergens in een doos.
Doe de deu­ren van uw unie­ke per­soon­lij­ke bibli­o­theek maar dicht, en ver­stop u.
Hier. Bij ons.
Ach­ter deze muf­fe, eeu­wen­ou­de, heel erg belang­rij­ke gekleur­de lap stof. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *