Wannes Daemen • Grafisch Designer • Schrijver

Plens

Dus ik dacht: ik stap vrien­de­lijk de straat op, dan kan zij lek­ker in de zon blij­ven staan.

Vraag (hik)

Wat is het vroegst toe­ge­sta­ne uur van de dag om alco­hol te nut­ti­gen?

Koters

Sinds eni­ge tijd zit ik met een niet meer te ont­ken­nen kin­der­wens. Ik wil vader wor­den.

Domme vis

Ik werd van­daag op straat tegen­ge­hou­den door een vier­tal jon­ge kna­pen van een jaar of acht die me vrien­de­lijk om een hand­te­ke­ning ver­zoch­ten.

Kort

Soms zou ik voor zo’n paar benen alles wil­len opge­ven

Lente

…dan gaat hij/zij zich met een aan zeker­heid gren­zen­de waar­schijn­lijk­heid ook ver­ber­gen ach­ter de dichtst­bij­zijn­de kilo­me­ter­paal.

Broem

In elk geval kon die arme meneer uit Marok­ko op het stad­huis hele­maal niks bewij­zen, ondanks het feit dat ie heel het sche­pen­col­le­ge bij elkaar brul­de.

Rebus

Dan kan je lang lopen Indi­a­na Jones.

Lekker

Maar wat natuur­lijk nog veel lek­ker­der is…

Opgelicht

Ik wens die meneer een ero­ti­sche mas­sa­ge in een zweed­se sau­na tij­dens de kerst­nacht.

Twee meneertjes

Zoals de strak­ke win­ter­zon als een groot zoek­licht op de fluo out­fit van meneer­tje en meneer­tje viel, zo zie je ze enkel nog op de büh­ne van een oude stads­schouw­burg.

Ik wil je zoenen

Tien cen­ti­me­ter. Ze kan nu kleu­ren en vlek­jes in zijn ogen heel gede­tail­leerd in zich opne­men, zo dicht zit­ten ze bij elkaar.

Bedding

Ik lig rus­tig wat te mij­me­ren, en keu­vel spo­ra­disch met mijn goe­de vriend Pier­re, die enke­le cen­ti­me­ters ver­der­op ligt.

Hoe ik aan mijn einde kwam…

Zon­der ver­pin­ken draai­den zes à zeven van de klei­ne pas­sa­giers zich naar ach­ter, onder­wijl elk een uzi van­on­der hun bank­je graai­end…

Tanden

Het spek­ta­kel zou live uit­ge­zon­den wor­den op ver­schei­de­ne betaal­zen­ders, en aldus werd mij – als om het leed te ver­zach­ten – eeu­wi­ge roem en bekend­heid beloofd.

Avocado

Toen hij onge­veer voor de 36e keer des­niet­te­gen­staan­de zei, had de snot­te­bel bij­na het rand­je van zijn boven­lip bereikt, waar hij uit­ein­de­lijk moe maar vol­daan halt hield.