Tags: blije-buk

Sleeën (02)

Je stap­te van de trein. Ik had op het per­ron op je staan wach­ten ter­wijl ik de tijd als stroop langs me heen voel­de glij­den.

Sleeën (01)

Ik zag je hup­pe­len van vriend naar vriend. Je hup­pel­de als een goud­vis in een vers aqua­ri­um. Voor zover goud­vis­sen hup­pe­len kun­nen.