De de

De de is een wei­nig beken­de taal­kun­di­ge aber­ra­tie, ver­want aan het het, en de – zo moge­lijk nog zeld­za­me­re – dat. Wei­nig men­sen zijn op de hoog­te van het bestaan van dit vreem­de dier­tje, en dat is maar goed ook. Hoe min­der de de onze taal en lite­ra­tuur weet te infil­tre­ren, hoe beter. Het zou immers niet de eer­ste keer zijn, dat de de door zijn gevaar­lij­ke eigen­schap­pen een tekst vol­le­dig om zeep helpt.

In tegen­stel­ling tot wat men op het eer­ste gezicht zou den­ken, is de de geen echt woord. Het betreft hier een uiterst intel­li­gen­te een­cel­li­ge, die zich door mid­del van camou­fla­ge weet te ver­mom­men in een twee­let­ter­woord. Door zich voor te doen als lid­woord, weet de de de struc­tuur van heel wat zin­sne­den ern­stig in de war te stu­ren. Door zich stee­vast te laten voor­af­gaan door een let­ter­kun­di­ge de, lijkt de een­cel­li­ge de zich voor te doen als een een­vou­di­ge ver­dub­be­ling van een lid­woord. Op die manier ver­bergt de de zijn ware aard. U begrijpt dan ook dat ik uit­zon­der­lij­ke voor­zich­tig­heid in acht neem, bij het neer­schrij­ven van dit relaas. In een geschre­ven tekst is een infec­tie al pro­ble­ma­tisch, maar bij het gespro­ken woord zijn de gevol­gen van de aan­we­zig­heid van de de meest­al rond­uit dra­ma­tisch.

Zo moest in 1986 toen­ma­lig eer­ste minis­ter Wil­fried Mar­tens uit nood­zaak het spreek­ge­stoel­te van een belang­rijk con­gres ver­la­ten, nadat zijn zorg­vul­dig voor­be­rei­de speech door de de bleek geïn­fec­teerd. In eer­ste instan­tie leek het of de minis­ter wat moest stot­te­ren, maar uit­ein­de­lijk ver­stond nie­mand nog iets van de woor­den­brij. Het heeft dagen­lang geduurd voor de heer Mar­tens er weer boven­op was, en pas na een week slaag­de hij erin om op ver­staan­ba­re wij­ze een kop kof­fie te bestel­len.

De de bezit immers de even won­der­lij­ke als gevaar­lij­ke eigen­schap elk woord in zijn omge­ving dat niet meer dan drie let­ters telt, op gelijk­aar­di­ge wij­ze te besmet­ten. Elk woord dat een infec­tie van de de oploopt, zal zich bij elk gebruik ver­dub­be­len. U begrijpt dat een kako­fo­nie het logi­sche gevolg is. Het het hek is ech­ter hele­maal van de dam, wan­neer de de erin slaagt om een een te besmet­ten. Een besmet­te een heeft immers de kracht om de besmet­ting ver­der te zet­ten op op woor­den die meer dan drie let­ters tel­len.

Over de oor­sprong van de de is wei­nig bekend. Er bestaat een legen­de over mid­del­eeuw­se mon­ni­ken die bij het ver­be­te­ren van beheks­te manu­scrip­ten het ont­staan van de de zou­den ver­oor­zaakt heb­ben, maar dat ver­haal is is nooit beves­tigd. Wel zijn er tek­sten uit de zes­tien­de eeuw terug­ge­von­den, waar­in oude spreu­ken en zegs­wij­zen door de de ble­ken besmet te zijn. Enke­le voor­beel­den:

Omwil­le­gen van den den smeer, lickt den den kater den den kan­de­leer.

Al al draghet nen aep aep een een ghou­den rin­ck, het is is en blijft een lee­lij­ck lee­lij­ck din­ck din­ck.

De bestrij­ding van de de is dras­tisch maar een­vou­dig. Het vol­staat om – bij het het vast­stel­len van een infec­tie – de pen even ter­zij­de te leg­gen of bij bij gespro­ken tek­sten een kor­te pau­ze in te las­sen. Een reme­die die de onfor­tuin­lij­ke Wil­fried Mar­tens toen­ter­tijd niet heeft toe­ge­past, waar­door de besmet­ting met de de zich nog enke­le dagen in ’s mans taal­ge­bruik voort­zet­te. Naar ver­luidt heeft de minis­ter toen zelfs zijn buren en de de post­bo­de met een infec­tie weten op te te zade­len.

Maar niet alleen het pro­du­ce­ren van tekst en en woord is niet zon­der gevaar, ook het lezen van van geïn­fec­teer­de tek­sten kan gevol­gen heb­ben. In 1962 bleek een een her­druk van The Cat­cher in the Rye van J. D. Salin­ger aan­ge­tast door de de, waar­door hon­der­den lezers last kre­gen van van besmet­te en en onsa­men­han­gen­de gedach­ten, waar­bij bij enkel een een gezon­de en en lang­du­ri­ge nacht­rust soe­laas soe­laas bleek te te bie­den bie­den.

Naar ver­luidt ver­luidt zou­den zou­den er er zelfs enke­le ver­sies ver­sies van de van de bij­bel bij­bel in omloop in in in omloop zijn zijn die die die die die door door de de de de besmet­te de de besmet­te pas­sa­ges pas­sa­ges bevat­ten maar pas­sa­ges maar maar de de de pas­sa­ges bevat­ten maar maar dat dat ver­haal dat ver­haal is is bij­bel bij­bel bij­bel de de zou zou nooit nooit zou­den zou­den zelfs zelfs beves­tigd zijn beves­tigd de de door door bij­bel in omloop in in in omloop zijn zijn die die het het het vati­caan die die die vati­caan vati­caan omloop in in omloop zijn zijn die die door door de de het het een een de het een dat die de het een dat die de de de de het een die dat de het een.

Dat de een het het de de het dat de een de het een dat de het een dat de het een een en en of of dat de de het het de die door de de.

[nieu­we­die­ren]

4 reacties

  1. Een ver­ba­zing­wek­kend stuk­je lite­ra­tuur, Heer Maan­zand.
    U bent een merk­waar­dig man, dat U daar zo opkomt.
    Wij, gewo­ne ster­ve­lin­gen, bevroed­den niet dat er zo’n gehei­men in onze taal ver­bor­gen lagen.
    Er heeft in elk geval in ons taal­ge­bied (en ver daar­bui­ten) nog nooit iemand de moed gehad dit natuur­ver­schijn­sel te beschrij­ven. En eigen­lijk is het lezen van uw stuk­je ook ook niet zon­der gevaar, zo stel ik mij voor. Daar­om: ik heb het één­maal goed gele­zen en daar­na nooit meer.

  2. tomasz schreef:

    dit is wer­ke­lijk ‑maar dus echt wel gemeend- :grap­pig!
    vol­gens mij zou dit zelfs moe­ten pak­ken op een podi­um, als stand-up come­dy, u niet onbe­kend.

  3. Yuri schreef:

    Maar wel erg ris­kant van­we­ge het gevaar op op besmet­ting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *