De hand van Roel

De hand van Roel Buining

De hand van Roel Bui­ning

Boven­staan­de rech­ter­hand werd mij toe­ge­stuurd door Roel Bui­ning. Roel is een kabou­ter van een jaar of veer­tig die sinds zijn zes­tien­de ajui­nen en bies­look kweekt. Roel is een stoe­re kabou­ter, die zich – in tegen­stel­ling tot zijn dorps­ge­no­ten – wel eens in de grote-mensen-wereld waagt. Daar haalt hij dan stie­kem aller­lei grap­pen en grol­len uit. In chi­que res­tau­rants klau­tert hij op pas gedek­te tafels en laat dan vie­ze vin­ger­af­druk­ken ach­ter op gla­zen en ser­viet­ten. Hij woont in een hol­le boom, samen met vijf kabou­ter­vrouw­tjes. Roel is name­lijk lid van de PPP (Poly­ga­me Pin­ne­muts Par­tij). De hand­jes van Roel zijn erg krach­tig en hij heeft in zijn tuin­tje dan ook zel­den gereed­schap nodig. Hij houdt van de geur van ajuin en van lie­ve­heers­beest­jes die over zijn vin­gers krui­pen. Hij wast zijn han­den nooit zelf, dat doet één van zijn vrouw­tjes voor hem. Als Roel zes­hon­der­den­ze­ven is, zal een grote-mensen-ober hem ver­plet­te­ren met een over­si­zed menu-kaart.

Bent u ook geïn­te­res­seerd in een ses­sie authen­tiek Maan­zands hand­le­zen? Hier vindt u meer uit­leg.

1 reactie

  1. koekoek schreef:

    Ik wil niet!

    Er was eens een meis­je dat een wil­le­tje had. En hoe! En wat? Ze wil­de altijd niet. Het geeft niet wat men aan haar vroeg, ze wil­de het per defi­ni­tie niet. Geen soep, geen snoep. Geen zegen. geen regen. Geen kat, geen rat.
    Op een dag vroeg een vrien­de­lijk iemand – u raadt het, dat was ik – aan haar of ze geluk­kig wil­de zijn. ’Ik wil niet geluk­kig zijn’ was haar ant­woord.
    En dat heeft ze gewe­ten. De goden heb­ben haar ver­hoord en nu woont ze heel alleen in een huis­je, en nie­mand houd van haar. De men­sen lopen gro­te boch­ten om haar huis­je heen en de kin­de­ren schel­den haar uit.
    Zelfs los­lo­pen­de hon­den en poe­zen mij­den haar. Nie­mand brengt haar ooit een pan­ne­tje soep of biedt haar een peper­munt­je aan. Ze is zo arm dat zelfs de rat­ten er weg­vluch­ten.
    Lie­ve meis­jes, jul­lie mogen best wel nuk­kig zijn en zeg­gen dat je som­mi­ge din­gen per se niet wilt. Maar zeg nooit dat je niet geluk­kig wilt zijn!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *