Welaan dan, een stokje

Stok­jes stin­ken. Dat zei ik al eer­der en nu zou ik die Dat zei ik al eer­der kun­nen gaan lin­ken naar oude­re stuk­jes over stin­ken­de stok­jes, maar daar ben ik gewoon te lui voor. Ik ben te lui om stok­jes te van­gen, zoals het net door mij­zel­ve ver­zon­nen spreek­woord zegt. Dus doe ik met zo’n stok­je meest­al gewoon wat ik wil.

Nu wil het stok­ke­ri­ge toe­val dat bij het stok­je dat ik net ont­ving van Babet­te mijn eigen­wij­ze ambi­ties pre­cies over­een­ko­men met een – althans vor­me­lijk – cor­rec­te ten uit­voer bren­ging van het mij aan­ge­reik­te onding. Dat is een hele inge­wik­kel­de zin om te zeg­gen dat ik het ook niet meer weet. Dus ga ik even diep naden­ken. En ter­wijl ik nadenk, geef ik u even een stok­je. Een stok­je dat een beet­je stinkt. Aldus.

1. Pak het dichtst­bij­zijn­de boek van 123 of meer pagina’s.

Ik heb een hele hoop boe­ken die dicht bij zijn. In dat geval zegt het net door mij­zel­ve uit­ge­von­den regle­ment dat ik gewoon een boek moet kie­zen waar ik graag op mijn weblog over wil opschep­pen. En dat is Opper­lans! van Battus.

2. Open het boek op pagi­na 123 en vind de vijf­de zin.

Het klo­te met dat boek is dat het geen pagina-nummers heeft, maar pagina-letters. In dat geval zegt het net door mij­zel­ve uit­ge­von­den regle­ment dat hon­derd­drie­ën­twin­tig begint met de let­ters ho en dat ik dan maar pagi­na ho moet opzoe­ken. En de vijf­de zin op pagi­na ho klinkt als volgt.

’O, wat een gro­te A,’ zei mijn vijf­ja­ri­ge doch­ter A., die net had leren lezen.

3. Post de vol­gen­de 3 zinnen:

Idi­oot om niet gelijk te vra­gen om de vijf­de tot en met de acht­ste zin te pos­ten, want nu had ik net Opper­lans! terug in de kast gezet. Maar goed. De kast staat dicht­bij, dus ik zal niet zeuren.

Hoe vaak had ik dat ijze­ren ding al niet gezien?
Nooit eer­der was me opge­val­len dat het bouw­sel, uit wel­ke hoek ook beke­ken, altijd een hoofd­let­ter A is.
Drie­hon­derd meter, daar­bij zijn de H, O, L, Y, W en D bij Los Ange­les kleuters.

Dan moet ik deze stok uiter­aard nog door­ge­ven aan drie onge­luk­ki­gen, om aldus het inter­net nog meer uit zijn voe­gen te doen bar­sten. Heer­lijk is het toch, schrij­ven. Ik word net gewaar dat er uit de vori­ge twee zin­nen voor som­mi­ge lezers een vorm van sar­cas­me naar voren zou kun­nen komen, maar dat is per onge­luk en niet zo bedoeld. Ik had al zo lang niet meer iets gezegd met uit zijn voe­gen bar­sten erin, en ik heb een enigs­zins onno­ze­le omweg geko­zen om dat nog een keer te kun­nen doen. Par­don daarvoor.

Maar goed, ik geef deze opdracht door aan Lynd­sey Pfaff omdat ik wil weten hoe lang ze onder­weg zal zijn om het dichtst­bij­zijn­de boek te pak­ken. En of ze Dave wel of niet zal vra­gen om even pagi­na 123 op te zoe­ken. Ver­der geef ik het stok­je aan nie­mand, omdat Lynd­sey met al haar talen­ten voor drie telt. Rek­kel hup maar dan omgekeerd.

Tot slot wil ik nog even zeg­gen dat Opper­lans! een boek is dat ieder­een van Afri­ka tot in Ame­ri­ka, van in de Hima­laya tot in de woes­tijn in huis zou moe­ten halen. Het is name­lijk een pracht­boek dat nooit meer stopt. Je kan het boek altijd open­slaan op een­der wel­ke pagi­na en vijf minuut­jes of ander­half uur zit­ten lezen. En dat kan je doen tot je dood­gaat. Want ieder­een gaat een keer dood, dat weten jul­lie wel. Af en toe dient zoiets gezegd te wor­den. En dat heeft niks met sar­cas­me te maken, dat is de fok­king rea­li­teit. De rea­li­teit die we alle­maal ken­nen en die we alle­maal onbe­wust ver­af­schu­wen. En daar­om moet ieder­een Opper­lans! op de boe­ken­plank heb­ben, omdat dat het eni­ge boek is dat een dege­lijk alter­na­tief biedt voor onze men­se­lij­ke con­di­tie, die elke dag als een zwaard van Damo­cles met een indruk­wek­ken­de scha­duw boven onze fon­ta­nel hangt te bungelen.

Boven­staan­de argu­men­te­ring is natuur­lijk te bela­che­lijk voor woor­den. Maar dat komt omdat mijn woor­den a pri­o­ri reeds te bela­che­lijk waren voor de geplan­de argu­men­te­ring. En boven­dien staat mijn gul­bo­brok reeds enka­be­le studontopatio’s aan de kont gemanifistulapidustikeerd.

2 reacties

  1. babettes feest schreef:

    het is me een eer! stin­kend liefs van babette

  2. Katrien schreef:

    Veel dank! Mijn Engels is niet van die aard dat ik dat stok­je hele­maal goed kon lezen, maar met de ver­ta­ling ervan ben ik heel blij! Nu kan ik dat stok­je ook eens naar een paar men­sen gooien…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *