Kijken naar schrijven is het mooiste wat er is

Ik: Lief­je, nog kof­fie?
Zij: (rik­ke­tik­ke­tik)
Ik: Scheet?
Zij: (rik­ke­tik­ke­tik)

Ik: Hier lief. Kof­fie.
Zij: (rik­ke­tik­ke­tik)
Ik: En een brood­je!
Zij: (rik­ke­tik­ke­tik)

Niks is zo beto­ve­rend als iemand die – gedre­ven door onzicht­ba­re pas­sie – vol­le­dig onder­ge­dom­peld wordt in zin­nen, woor­den en let­ters. Het eni­ge geluid is het rik­ke­tik­ke­tik van haar vin­gers over het kla­vier, maar dat is slechts de bui­ten­kant. Diep van­bin­nen kra­ken gro­te rade­ren en rol­len aan­drijf­rie­men sui­zend door­heen de lite­rai­re machi­ne­rie. Ver­be­ten­heid spat in het rond, en het zweet des aan­schijns vult hon­der­den denk­beel­di­ge emmer­tjes. Inge­hou­den juich­kreet­jes wor­den afge­wis­seld met zuch­ten die de vloer doen kra­ken en oncon­tro­leer­ba­re vuist­sla­gen op het tafel­blad. Een wezen­lo­ze blik op onein­dig wordt weg­ge­bla­zen door een onaan­ge­kon­dig­de gou­den vondst. Mond­hoe­ken krul­len afwis­se­lend naar boven, naar bene­den en weer terug. Muziek wordt uit de spea­kers gezo­gen om voor de eeu­wig­heid in dan­sen­de let­ters gebei­teld te wor­den. Her­in­ne­rin­gen, idee­ën en plot­lij­nen lopen af en aan door het huis. De ene met een hor­rel­voet, de ande­re met een hink­stap­sprong. Maar alle­maal dra­gen ze de zwar­te gor­del van het schrij­vers­schap. De zwar­te gor­del van een door won­der­lij­ke meta­fo­ren tot stand geko­men pit­bull die zich vast­bijt in tot vol­le was­dom gedoem­de blan­co pagi­na’s. Con­tex­ten wor­den inge­lijst, span­nings­bo­gen wor­den strak getrok­ken, en per­so­na­ges wor­den geschil­derd in flit­sen­de kleur­pa­tro­nen die ik voor het laatst zag toen Jacob van Ruis­dael een stuk uit zijn oor sneed. Dat heeft hij nooit echt gedaan, maar ik leef nu een­maal in een huis waar ver­ha­len – al dan niet ver­zon­nen – van de muren drui­pen. Een huis waar de stil­te van het schrij­ven oor­ver­do­vend klinkt (ook al is een oor­ver­do­ven­de stil­te vol­gens de schrij­ver in kwes­tie een grijs­ge­draaid cli­ché). Een huis waar kij­ken naar schrij­ven het leven van een gou­den rand voor­ziet. Een huis waar ik – na afloop – het kij­ken naar schrij­ven ga mis­sen. Ook al maakt het schrij­ven haar soms doof voor alles wat niet schrij­ven heet, zoals kof­fie. Al is kof­fie natuur­lijk onmis­baar voor een hard­co­re kla­vier­tik­ker. En daar­om zet ik tel­kens weer met ple­zier een vers kop­je klaar, als ik onop­ge­merkt het kij­ken naar schrij­ven beoe­fen.

Want kij­ken naar schrij­ven is het mooi­ste wat er is.

Ik zit op de eer­ste rij, en ik kwijl een beet­je.

3 reacties

  1. mir schreef:

    Dit is lief­de.

  2. Poelekie schreef:

    Ik lees dit stuk­je en kwijl een beet­je mee. :-)

  3. Wannes schreef:

    Kwij­len is fijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *