Ik telde auto’s en nu heb ik een plan

Gis­te­ren deed ik mee aan het pro­ject Straat­vin­ken. Ik tel­de een uur lang het ver­keer in mijn straat. Daar­voor bracht de post­bo­de mij een olij­ke smartphone‐app waar­mee dat alle­maal heel mak­ke­lijk ging. Het bleek uit­ein­de­lijk best ver­moei­end te zijn.

Ik woon aan een druk­ke weg. Die druk­ke weg is het minst favo­rie­te onder­deel van mijn wonen, maar geluk­kig wordt dat flink gecoun­terd door een te gek­ke tuin en een pro­vin­cie­do­mein op krui­p­af­stand. Het is een vreemd even­wicht tus­sen lawaai, stank en druk­te aan de ene kant, en vier sei­zoe­nen vol die­ren en bloe­me­kes aan de ande­re kant. Hoe het ook zij: ik had een don­ker­bruin ver­moe­den dat ik veel auto’s zou tel­len.

Vroem vroem

Vroem vroem

Dat ver­moe­den bleek te klop­pen. Op een uur tijd tel­de ik meer dan 1000 gemo­to­ri­seer­de voer­tui­gen, ver­sus 239 fiet­sers en een hand­vol voet­gan­gers. Als ik dat op vol­strekt onwe­ten­schap­pe­lij­ke wij­ze extra­po­leer, dan rij­den er dage­lijks dui­zen­den auto’s en veel te wei­nig fiet­sers aan mijn huis­je voor­bij. Dat wist ik alle­maal wel, maar toch is het con­fron­te­rend om zo’n ver­vui­len­de rea­li­teit in cij­fers te vat­ten.

Iro­nisch genoeg kreeg ik na een kwar­tier­tje tel­len een ver­ve­len­de krie­bel in mijn keel. Ik zat in het open raam met de elle­bo­gen op de ven­ster­bank en ik moest hoes­ten. Als­of de 250 auto’s die ik al had geteld me de adem bena­men. Ik zag een meis­je fiet­sen met een roze fiets­mand­je en dito helm. Ze werd tij­dens haar kor­te tocht­je door mijn blik­veld gepas­seerd door negen auto’s en een bus. Hoe­veel vie­ze meuk zou­den haar roze lon­ge­tjes inge­a­demd heb­ben?

Het tel­len was soms zenuw­slo­pend. Mijn erva­ring met com­pu­ter­spel­le­tjes kwam goed van pas, want er waren veel momen­ten dat er meer­de­re voer­tuig­ca­te­go­rie­ën tege­lij­ker­tijd pas­seer­den, en mijn duim moest behoor­lijk mul­ti­tas­ken op mijn tele­foon. Enke­le voet­gan­gers moesten over voor­bij­rol­len­de olie­va­ten sprin­gen. Even meen­de ik in de ver­te Don­key Kong te ont­wa­ren. ”Ik reken wel op een high­sco­re,” merk­te de huis­mu­ze op nadat ze mij een half uur lang had zien klik­ken en kreu­nen.

Maar alle gek­heid op een scherm­pje. Ik heb een plan. Laten we alle­maal een base­bal­l­knup­pel of een hamer of een koe­voet of een bevro­ren prei ter hand nemen en mor­gen­avond tus­sen vijf en zes trek­ken we mas­saal de straat op. We slaan elk gemo­to­ri­seerd voer­tuig tot gru­ze­le­men­ten. Alles kapot. Ik zal het goe­de voor­beeld geven en met mijn twee­de­hands koek­blik begin­nen. We mep­pen elke motor­blok zoda­nig tot gort tot­dat niks het nog doet. Tot het geronk en het gebrom en het gevroem stil­valt en we daar­na tot rust kun­nen komen tij­dens de stil­ste nacht sinds men­sen­heu­ge­nis.

’s Ande­ren­daags wor­den we dan uit­ge­sla­pen en blij­ge­mutst wak­ker, en na het ont­bijt trek­ken we opnieuw alle­maal naar bui­ten. De knup­pels en de prei laten we thuis. En we gaan alle­maal op de bus wach­ten. Alle­maal samen in het bus­hoks­ke. Dat is veel te klein, dat weet ik, maar doe efkes moei­te. Gro­te ver­an­de­rin­gen komen niet van­zelf zul­le. Het zal waar­schijn­lijk lang duren voor­al­eer er een bus komt, want die heb­ben we gis­te­ren alle­maal tot puree geklopt. Maar dat is niet erg. Het wach­ten zal schoon zijn.

Want tij­dens dat wach­ten pak­ken we alle­maal onze tele­foon, of een papie­ren for­mu­lier als ge geen tele­foon hebt. En dan gaan we tel­len. Er zijn zes cate­go­rie­ën. Merels. Lie­ve­heers­beest­jes. Vuur­want­sen. Flu­weel­mij­ten (moei­lijk!). Eek­hoorns. Bij­en. Wie per onge­luk een auto of bestel­wa­gen telt, valt af. Die moet terug naar huis om prei­soep te maken. Na een uur tel­len zin­gen we van pot­te­ke vet en begin­nen we in het bus­hoks­ke ein­de­lijk aan die lang­ver­wach­te duur­za­me samen­le­ving.

Uche uche

Uche uche

Meer info over Straat­vin­ken vind je op straatvinken.be.

6 reacties

  1. mie schreef:

    Het klinkt mij als muziek in de oren. Alleen niet dat van pot­te­ke vet. Ik heb het niet zo voor mee­zingst­a­p­lie­de­ren…

  2. Wannes Daemen schreef:

    SHIT. IK HEB HET OOK HELEMAAL NIET VOOR MEEZINGSTAPLIEDEREN! WAT HEB IK GEDAAN?!

  3. Goedelies schreef:

    Heer­lijk, Wan­nes! En onze auto is al een jaar weg, en het was de bes­te beslis­sing ooit! Nou ja, mis­schien niet ooit, ik neem wel vaker goe­de beslis­sin­gen…

  4. Wannes Daemen schreef:

    Dat lijkt me inder­daad een hele mooie beslis­sing. En dat zon­der bevro­ren prei!

  5. Toon schreef:

    Wel­ke app gebruik­te je?

  6. Wannes Daemen schreef:

    De offi­ci­ë­le Straatvinken‐app: https://straatvinken.be/praktisch/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *